Dookrollen, een sieraad in het kabinet

Als er vlas bij een boerderij werd verbouwd, dan werd dat meestal gedaan voor de dochters of de dienstbodes. Het vlas werd na vele bewerkingen gesponnen tot linnendraden, waarna er met deze draden lappen stof werden geweven van meestal negenenzestig centimeter breed en meters lang, tot wel vijfentwintig meter.

In Museum Smedekinck in Zelhem zijn linnen rollen van twaalf, dertien en zestien meter lengte.

Uitzet

Van dit linnen werden lakens, slopen, hemden en tafellakens gemaakt voor de uitzet van de jonge huwbare vrouwen. Op het linnengoed werden de voorletters van de jonge vrouw, bijvoorbeeld MH, geborduurd. Vaak was er een speciale set lakens en slopen voor de huwelijksnacht. Hoe groter de uitzet, hoe rijker de bruid. Ook bracht de bruid altijd het zogenoemde ‘verhennekleed’ mee. Dat werd aangedaan bij overlijden en lag vaak linksboven in het kabinet en was met zwart geborduurd met lange mouwen erin.

Dookrollen met een patroon

De verdere voorraad linnen bestond vaak uit dookrollen. Deze dookrollen waren een sieraad in het kabinet en de hele linnenuitzet werd met trots gepresenteerd. Het patroon dat te zien is, is als volgt uit te leggen. In het midden is een hart zichtbaar. Dat betekent het samengaan van twee geliefden. Rechts en links in de rol is de vorm van een roos zichtbaar: de liefde tussen man en vrouw.

Ongestreken

Voor het dookrollen zijn twee tot vier dames nodig. Als het linnen gewassen is en op de bleek is gelegd om te drogen wordt het weer nat gemaakt zodat het witter wordt en gebleekt en gedroogd wordt door de zon. Dan kan het gerold worden. Bij het wassen wordt geen wasverzachter gebruikt, dat was er vroeger ook niet. Het linnen mag ook niet gestreken worden.

Techniek

Men begint met het uitrekken en glad strijken van de stof met de handen. Je vouwt het in tweeën, daarna terugvouwen naar de andere kant. Dan een lengte van ongeveer twee  meter en  de stof zigzaggend opvouwen, steeds iets korter dan de vorige baan. In het midden van deze strook stof een latje of een schaar leggen en aan beide kanten beginnen met het rollen. Onderweg ontstaan heuveltjes van stof en die worden meegerold. Als het patroon er goed inzit, dan worden de twee rollen aan elkaar vastgemaakt met een sterke draad. Om dit dookrollen goed te doen is enige oefening nodig. In de kasten bij museum Smedekinck liggen verschillende rollen die de schoonheid en het waardevolle van dit bezit laten zien.