De Zelhemse Marken

Om het gereguleerde gebruik van het ongecultiveerde land te formaliseren, ontstonden al in de achtste eeuw de zogenaamde Marken. Het woord ‘mark’ betekende oorspronkelijk merk, merkteken of grens. Het is een afgebakend gebied, gemerkt door merkpalen in het landschap. In de loop der eeuwen werd het gebied zelf zo genoemd, om de gemeenschappelijke, niet verdeelde woeste gronden aan te duiden. Elke buurschap had een dergelijk afgebakend grondgebied ter beschikking. De eigenaren werden markgenoten of geërfden genoemd. Afhankelijk van de grootte had ieder Erf, of Goet of Markgenoot een volle, een halve of een kwart stem.

In Hengelo en Zelhem kende men een viertal marken. De Dunsborger Hattemermark, de Zelhemmer Hattemermark, de Halse Mark en de Obbink en Essink Mark.

Markerichter en markeboeken

Aan het hoofd van een mark stond een markerichter. De inwoners werden markegenoten genoemd.. Zaken met betrekking tot het beheer werden opgeschreven in een markeboek. De kern van een markeboek bestaat uit de notulen van de markevergaderingen of holtinks. Daarnaast kan het lijsten van gewaarden bevatten, de rechten en plichten van de gewaarden en ongewaarden, boetes, aantekeningen over verkoop en ontginningen van markengrond en de (jaar)rekeningen van de marke. Vele markeboeken zijn bewaard gebleven. De oudste gaan terug tot het eind van de vijftiende eeuw.

Broodlevering

Een van de verplichtingen die voortvloeiden uit het gebruik van markegronden was de broodlevering. De oudste gegevens over de roggebroodlevering of broodtiend (belasting in de vorm van broodlevering) zijn te vinden in het markenboek van de Zelhemmer-Hattemermarke welke in 1529 begint. In 1534 komt de provoost van het klooster Bielheim uit Doetinchem op de eerste maandag na Hemelvaartsdag in Zelhem t Zellemerbrijnck naar de ‘holting’ (bijeenkomst) waar de ‘Cijnsplichtige bouman’ (belastingplichtige landbouwer) zijn roggebrood moet komen brengen. Voor het steken van heideplaggen op de gemeenschappelijke onverdeelde gronden was deze cijnsplicht in het leven geroepen, waarbij een roggebrood als tegenprestatie voor het plaggensteken geleverd moest worden.

Deze traditionele broodlevering wordt nog ieder jaar op Hemelvaartsdag nagespeeld. De geleverde roggebroden worden bij opbod verkocht en de opbrengst gaat naar een goed doel.

Opheffing

In 1809 zijn door de Staat wetten vastgesteld om de marken op te heffen en onder te brengen bij het burgerlijk bestuur, de gemeentebesturen zoals zij onder het bewind van Napoleon werden ingesteld. In museum Smedekinck in Zelhem vindt u meer informatie over ‘de Marken’.

Inspiratie

Voor het Erfgoedfestival 2021 gingen drie studenten Alexandra Poláková, Hannah Larkin en Borbála Csiszar – van de internationale master Fashion Design, Practice Held in Common van ArtEZ –een week naar Zelhem. Daar buigen ze zich over de collectie van Museum Smedekinck en verwonderen ze zich over het eeuwenoude systeem van de marken. Zij zullen dit verwerken in hun eindproduct voor het Erfgoedfestival.

Bronnen