Chinees smokkelwaar

In de jaren zestig, toen ik nog een beetje jonger was dan nu hielden Duitsers ervan om vlak over de Nederlandse grens goedkoop „Diesel” te tanken of de beroemde “goede“ boter te kopen. In die tijd moest men er thuis toch wel wat meer voor betalen. Men wilde bij zo‘n “Butterfahrt“ zo veel boter mogelijk meenemen. Velen besloten het meeste te verstoppen en dit dan (misschien ook nog wat kaas, koffie, thee, jenever e.d.) te smokkelen. Dat wist iedereen. Maar de grenswachters wisten het ook en probeerden vanzelfsprekend een smokkelaar te betrappen.

Maar wat kon ons jochies toen boter of koffie schelen? Smokkelen – ja, dat was boeiend, en het prikkelde onze fantasie en creativiteit. Onze smokkelwaar, die wij vanuit het Limburgse Well naar het Duitse Weeze brachten, was echter helemaal niet eetbaar, en bestond ook niet uit sterke drank. Het waren gewone, maar toch zeer luidruchtige Chinese knallers, zogeheten rotjes of kanonslagen. In onze gemeente wilde niemand zoiets aan minderjarigen verkopen, maar in Well leverde dit – om welke reden dan ook – geen probleem voor ons op.
Maar hoe moesten we die nu de grens over krijgen? Met de fiets: zadel eraf, rotjes de een na de ander in het frame gestopt, en we waren klaar met een (zoals we tenminste dachten) perfecte schuilplaats.
Het hart klopte in onze keel, de douaniers vroegen: “Etwas zu verzollen???” Wij zetten ons onschuldigste gezicht op en …. het lukte! We voelden ons geweldige “helden”!

Bron: Gerd Halmanns

Deel deze pagina op social media: