Zacht ruisend aardgas – dezerzijds

Hoeveel aardgas hier met een gangetje van 40 tot 50 kilometer per uur en een maximale druk van 67 Bar de grens passeert? Dat varieert. Soms ‘maar’ 100.000 kubieke meter. Andere keren wel 2 miljoen kuub. Het maximum is zelfs drie miljoen kuub. ‘Nee, niet per dag, maar per uur!’

Als er iemand is die dit kan weten dan is het technicus Jan Peters (51) uit Delden. Al bijna 30 jaar controleert en onderhoudt hij in dienst van de Nederlandse Gasunie onder andere aardgas exportstation A188, pal op de Nederlands-Duitse grens tussen Winterswijk (NL) en Vreden (D). Deze in 1972 aangelegde locatie is een van de zes grensstations waarlangs de Gasunie aardgas levert aan Duitsland. Op A188 is er sprake van eenrichtingverkeer. Het gas dat hier licht ruisend door een dikke leiding de grens passeert is bestemd voor het Ruhrgebied. Niet andersom.

Jan Peters is voor de gelegenheid in gezelschap van Wim van Grunderbeek (53) uit Lemmer. De laatste vertegenwoordigt het hoofdkantoor van de Nederlandse Gasunie in Groningen. Beiden glunderen. Trots leiden ze hun gezelschap enkele uren rond in de dienstgebouwtjes vol apparatuur en met bliksemafleiders op het dak, en tussen indrukwekkende installaties op het totaal onbegroeide A188 terrein.

Een zwaar bewaakt terrein. Met camera’s, bewegingsmelders en stroomkabels op hoge hekken, wordt de locatie op afstand in de gaten gehouden en beveiligd. Niet dat hier volgens beide Gasunie-mannen ooit iets onrechtmatigs is gebeurd, sterker nog, ‘behalve één keer een uitgemergelde haas, komt hier nooit iemand die hier niets te zoeken heeft,’ maar je weet maar nooit. Het vanuit Groningen bediende exportstation mag dan afgelegen zijn, de plek aan de Gelders-Duitse grens is niettemin té belangrijk voor de Gasunie en voor de economie van Nederland om niet goed voorbereid te zijn.

Peters en Van Grunderbeek leggen onder het genot van koffie met cake omstandig uit hoe de processen in het complexe buizenstelsel op A188 verlopen. Voordat het hier nog geurloze aardgas, niet alleen gas uit Groningen, maar ook gas uit Rusland en offshore van de Noordzee, of een mix daarvan, de grens overgaat, moet het eerst nog worden gefilterd en gereinigd en ook anderszins geschikt worden gemaakt voor de Duitse markt. De oosterburen hanteren bij voorbeeld een andere calorische waarde voor aardgas dan in Nederland. Het wemelt van de meters en metertjes op A188. Zo’n beetje alles wordt er continu en doorgaans volautomatisch gemonitord. Alle chemische componenten in het aardgas, de druk in de leidingen, de temperatuur, de hoeveelheden gas, alles wordt gemeten en nog eens gemeten.

Je zou zeggen, wat hebben technici als Jan Peters hier nog te zoeken, zo ‘geolied’ als alles op A188 verloopt. De technicus beaamt het, zij het dat de menselijke factor altijd van belang blijft. Gemiddeld bezoekt hij het verder onbemande exportstation ‘slechts’ twee keer per maand waarvan één keer samen met Nederlandse én Duitse collega’s om te zien of alles over en weer, zowel bij de verkoper als bij de klant, in orde wordt bevonden opdat tot ieders tevredenheid op het hoofdkantoor in Groningen de maandafrekening kan worden opgemaakt.

We vragen ditmaal Wim van Grunderbeek naar de toekomst van de Gasunie in het algemeen en A188 in het bijzonder. Het aardgas raakt immers een keer op, wordt gezegd. En ons land staat aan de vooravond van een energietransitie.

Om met het exportstation ten oosten bij Winterswijk te beginnen: daar stroomt volgens Van Grunderbeek ‘de eerstkomende 20 jaar heus nog op de gebruikelijke wijze aardgas doorheen.’ Wat niet wegneemt, voegt hij er aan toe, dat ook de Gasunie zich al volop voorbereidt op een duurzamer ‘energieverhaal.’ Neem biomassa. Het transport daarvan kan ook heel goed door het hoofdleidingenstelsel van de Gasunie. Idem: waterstofgas. De Gasunie doet er al veel onderzoek naar.

We kijken nog een keer rond. Aan alles komt een einde. Zo ook aan de gastvrije ontvangst op A188. Op enkele plekken in grote hek bevindt zich een alleen van binnenuit te openen deur om bij gevaar het terrein direct te kunnen verlaten. Deuren die zelden of nooit zijn gebruikt overigens.

Bij een van die vluchtdeuren sta je meteen in Duitsland. Sta je meteen op het terrein van buurman Heinrich Terbrack, onder wiens grond het uit Nederland afkomstige aardgas verder stroomt, Duitsland in. Kent Jan Peters zijn Duitse buurman trouwens? Eigenlijk niet, bekent hij. Maar wat niet is kan nog komen. Peters: ‘de buurman is bij deze van harte uitgenodigd om een keertje te komen kijken!’

Fotobijschrift: Jan Peters

 

Foto’s: Suzanne Valkenburg
Tekst: Jelle Leenes / Portretteur van Nederland
© All rights reserved

Deel deze pagina op social media: