Passie aan de rivier – dezerzijds

Ooit stond er naar het schijnt een vesting, één van de 46 redoutes (veldschansen) van Gelderland langs de IJssel. Daarna werd er jarenlang geticheld (steenfabriek). En vervolgens was het gebied met inmiddels een groot, wit landhuis erop, onder meer in gebruik als buitenplaats, als schippersschool, als (communistisch) trefpunt, als (christelijk) vakantieoord, als camping, als groepsaccommodatie en op het laatst als huisvesting voor de bouwers van de nieuwe spoorbrug over de rivier. Een buitendijks gebied met een buitengewoon verhaal kortom.

In Hattem en wijde omgeving weten ze meteen waar deze beschrijving op slaat.
Op Huize IJsselstein natuurlijk. Die soms onder water staande prachtplek aan de rivier, hier de provinciale grens vormend, met uitzicht op de Overijsselse hoofdstad Zwolle. Met zicht ook op de drie dicht naast elkaar gelegen bruggen, twee autobruggen en een spoorbrug, die Noordoost-Nederland ontsluiten.

Maar wat de inwoners van Hattem ook weten, is dat Huize IJsselstein sinds enige jaren niet meer bestaat. Het monumentale landhuis verkeerde volgens Hans Veltkamp, de huidige eigenaar van het gebied, in zo’n ‘uitgewoonde’ en ‘buitengewoon slechte staat,’ met asbest bovendien, dat hij alleen al om die reden geen andere optie zag dan het complex te slopen. Wat rest is nog een bescheiden ruïne, zeg maar een ‘folly’ in de parktuin.

Hans (62) en zijn vrouw Eba (57) kijken er op uit vanuit hun woonkamer in de wel opgeknapte voormalige dienstwoning van Huize IJsselstein. Daar wonen zij sedert ruim drie jaar nu zelf. Ook prachtig opgeknapt en beplant: die 4,5 hectare grote parktuin, geheel passend in het landschap, in de sfeer en in de natuur van de uiterwaarden. Hans en Eba, en de gemeente Hattem wonnen in 2016 nog een aanmoedigingsprijs met hun inspanningen dienaangaande. De vakjury onder
leiding van Jan Terlouw van de Gelderse prijs voor ruimtelijke kwaliteit waardeerde de ‘passie’ die met name Hans aan de dag legde om van IJsselstein iets moois te maken.

Hans leerde Eba ruim een kwart eeuw geleden kennen. Zij is werkmeester (‘voorvrouw’) in de gevangenis van Zwolle. Hans zelf verkocht een jaar of tien geleden zijn makelaardij in het schilderachtige stadje. Nu houdt hij zich als ‘monumentenman’ vooral bezig met onroerend erfgoed en restauratie, een interesse die hij van zijn vader erfde. Na de ingrijpende restauratie van de monumentale IJsselhoeve ‘De Middenhof’ hield hij zich bezig met de herbestemming van het Daendelshuis. En momenteel is hij druk met de restauratie van het dak van de Andreaskerk.

Het ‘DNA van Hattem’ is waar Hans in navolging van zijn vader als Hattemer pur sang graag over praat. Dat mag duidelijk zijn. Het DNA van pittoresk Hattem als inspiratiebron voor kunstenaars als Jan Voerman sr. En jr., Verkade, Bakels, Jo Koster en Thijs Buit. Het DNA ook van historisch Hattem met steenfabrieken, met stadsboeren, met zijn gemeenschappelijke weide De Hoenwaard, met zijn stadsrechten en met zijn burcht ‘De Dikke Tinne. Een sterk kasteel met dubbele gracht dat begin 16e eeuw dankzij Willen van Rossum, vermoedelijk familie van de beroemde Gelderse krijgsheer Maarten van Rossum eigendom werd van de Hertogen van Gelre.

Over Maarten van Rossum gesproken. Langs IJsselstein lopen twee wandelpaden. Het Assenradepad, een van de twee klompenpaden rondom Hattem. En het grotendeels Gelderse lange afstand wandelpad (LAW) dat is genoemd naar Maarten van Rossum. Deze 384 kilometer lange route kruist vlakbij Hans en Eba de IJssel, hetzij via de brug (’s winters), hetzij via het zomerpontje bij Hattem. In het anderzijds verhaal over deze grensplek meer over het Van Rossum pad.

Van de wandelaars over het klompenpad en het Van Rossum pad ondervinden Hans en Eba trouwens helemaal geen last. Die betreden zelden of nooit hun terrein, hoe uitnodigend de plek ook is (Eba: ‘het hek staat altijd open’). Toch signaleren ze geregeld onbekenden bij hun huis. Wie dat zijn? Dat zijn mensen die Huize IJsselstein om nostalgische redenen nog eens willen terugzien. Geen bezwaar hebben Hans en Eba hiertegen.’ Hans: ‘Ze zijn er immers verliefd geworden of zijn er getrouwd. Of ze bewaren op andere wijze plezierige herinneringen aan het landgoed.’ En dat zijn er in de loop der jaren heel wat geweest. In de 60-er jaren waren er voor gasten 240 bedden beschikbaar in Huis IJsselstein.

Zelf wandelen doen Hans en Eba niet veel. Ze fietsen liever. En ze bezoeken graag de mooie steden langs de IJssel: Kampen, Zwolle, Zutphen en favoriet Deventer. Allemaal Hanzesteden aan de IJssel, net als Hattem. Het kleine stadje is nog een zelfstandige gemeente. Maar Hans denkt niet dat dit lang meer duurt. ‘Het beste is,’ meent hij, ‘om Hattem heel snel te laten aansluiten’ bij de ‘motor van Noordoost-Nederland,’ bij Zwolle dus. Op allerlei gebied, cultuur, onderwijs, noem maar op, is er toch al sprake van ‘overlap.’ Hetgeen volgens Hans niet betekent dat Hattem door Zwolle ‘opgeslokt’ zal worden. ‘Hattem behoudt door de rivier zeker zijn eigen identiteit.’ Enfin, de IJssel bij Hattem: nu nog de grensrivier tussen twee provincies. Maar hoe lang nog?

Foto’s: Suzanne Valkenburg
Tekst: Jelle Leenes / Portretteur van Nederland
© All rights reserved

Deel deze pagina op social media: