Kunst- en vliegwerk – dezerzijds

De Buteo buteo. Ofwel de Buizerd. De meest voorkomende roofvogel in Nederland. Meestal bruin met witte vlekjes. Spanwijdte ruim één meter. Op warme dagen dankzij de dan opstijgende lucht vaak hoog in de lucht cirkelend.

Geen wonder dat theaterregisseur en fervent zweefvlieger Rob Hoozemans (66) uit Nijmegen het niet heeft over een buizerd maar over een ‘thermiekkip’. Zweven een of meer buizerds namelijk zonder met hun vleugels ‘bij te beunen’ rondjes in de lucht, dan ‘weet je daar een thermiekbel zit.’ Dat je daar als zweefvlieger moet zijn. En dat je dan samen met de buizerd tot grote hoogte (soms wel 1300 meter) kunt stijgen.

Hoozemans (66) is lid van de Nijmeegse Aeroclub. De thuishaven van deze actieve zweefvliegvereniging met negen toestellen, 130 leden en sedert enkele jaren een gloednieuwe hangar annex werkplaats: het zogeheten Maldens vlak, een heideveld in het goeddeels aaneengesloten heide- en bosrijke natuurgebied tussen Nijmegen en Mook, het grensgebied tussen de provincies Gelderland en Limburg.

Het zweefvliegterrein op het Maldens vlak telt twee nogal hobbelige banen waar blijkens de provinciale vergunning alleen overdag maximaal 5500 keer per jaar gestart mag wor-den, meestal met een lier en kabels, soms met een motor-zwever. Het vliegveld grenst aan het zogeheten Sprinkhaan Reservaat met bijzondere diersoorten als de zandhagedis en de gladde slang. En het Sprinkhaan Reservaat op zijn beurt grenst aan Limburg. Een provinciegrens kortom waar de opvallendste passanten niet mensen en/of dieren op de grond zijn, maar thermiekzoekers: buizerds en zweefvliegers. Zwevers die overigens geen besef hebben van die grens. Hoozemans althans is ‘nooit met die grens bezig’, zegt hij.

Anders ligt dat met de ook nabij gelegen grens tussen Nederland en Duitsland. Zweefvliegers mogen die graag passeren want het luchtruim bij de de oosterburen is vrijer. Vrijer omdat er anders dan in eigen land geen militaire vliegvelden (Volkel, De Peel) in de weg liggen. En vrijer omdat je als zweefvlieger in Duitsland mag stijgen tot 9300 feet (2,8 kilometer) terwijl het maximum in eigen land ‘slechts’ 6500 ft bedraagt. Voor ‘vrije vogels’ als Hoozemans met dik 20 jaar ervaring, circa 2600 starts, ruim 1.100 vlieguren en een ‘persoonlijk hoogterecord’ van 2850 meter een verschil van dag en nacht.

Hoozemans verblijft regelmatig in een caravannetje met hef-dak op de privé camping van de Aeroclub. Ditmaal biedt hij er zijn Grenzeloos Gelderland bezoekers koffie aan en vertelt honderduit over zijn passie voor zweefvliegen, over de Nijmeegse Aeroclub en over het Maldens vlak. Een heidegebiedje dat de clubleden volgens de huurovereenkomst met eigenaar Natuurmonumenten zelf moeten onderhouden. Onderhoud dat onder andere neerkomt op het verwijderen van opkomende jonge dennenboompjes. En een schaapskudde graast zo nu en dan andere ongewenste vegetatie weg.

Wat er volgens Hoozemans zo bijzonder is aan zweefvliegen, willen we natuurlijk weten? Welnu, dat is niet zo moeilijk. Het is in de eerste plaats ‘gewoon mooi’ boven. ‘Het is alsof je in een zeer hoge uitkijktoren bent.’ En ronduit een ‘sensatie’ is het om gelijk een buizerd ‘opzoeken van de thermiek (…) Hoe meer “skill” je daarin krijgt des te mooier’.

We schrijven een zaterdagmiddag in april. Veel thermiek is er niet, maar het is op zich goed vliegweer. De zon schijnt immers. Wel is het een beetje heiig. Hoozemans leidt zijn bezoekers namens de Aeroclub het vliegveld op. Iets wat anders verboden is. De vele wandelaars en fietsers in de omgeving mogen bij het Maldens vlak graag stilstaan en in de Zweef-Inn stilzitten om het zweefvliegwerk van dichtbij te aanschouwen, maar het start- en landingsterrein zelf is uiteraard het exclusieve domein van de zweefvliegers.

Er wordt die dag druk gevlogen op het Maldens vlak. De Nijmeegse Aeroclub toont zich op haar best. Men is goed geluimd. En er heerst kameraadschap. Men helpt elkaar aan een stuk door. De PH-1108, een tweezitter met callsign NY, een van de clubtoestellen, ligt al te wachten. Kijk, een buizerd, zegt Hoozemans en hij wijst in de richting van de windzak op het vliegveld. Dan stevent hij op het toestel af. Het is de bedoeling dat hij als ambassadeur van de Aeroclub en als ervaren piloot de Grenzeloos Gelderland fotograaf in staat stelt om, als het even kan, de provinciale grens nabij het vliegveld met een telelens vanuit de lucht vast te leggen.

De lierstart verloopt vlekkeloos. En na 20 minuten wordt er al even gladjes geland. Thermiek zoekend lukt het Hoozemans tijdens de vlucht niet alleen over het Sprinkhaan Reservaat te vliegen maar ook de aangrenzende grens tussen Gelderland en het noordelijkste puntje van de provincie Limburg te passeren. De route uitdraai na afloop bewijst het. Hulde.

Nog één vraag aan Hoozemans voor we afscheid nemen. Heeft hij als nog steeds actieve theaterregisseur wel eens gedacht aan locatietheater (thermiektheater?) op ‘zijn’ zweefvliegveld – het Maldens vlak leent zich er best voor? Hoozemans moet lachen. Nee, zo ver reikten zijn artistieke aspiraties niet. Maar zeg nooit nooit. Mocht het met medewerking van de leden van de Nijmeegse Aeroclub en misschien een enkele valkenier (buizerds!) ooit zo ver komen dan ligt de naam voor zo’n opvoering voor de hand: kunst- en vliegwerk.

Foto’s: Suzanne Valkenburg
Tekst: Jelle Leenes / Portretteur van Nederland
© All rights reserved

Deel deze pagina op social media: