De natte grens van Gelderland – dezerzijds

Fotobijschrift: Willi Hendriks

Eerst de getallen. Jaarlijks passeren er circa 165.000 schepen. Gemiddeld zo’n 450 vaartuigen per etmaal, zeg maar 20 schepen per uur. Vaak vol geladen schepen tegen de stroom in naar Duitsland en met de stroom mee Nederland in. En per seconde passeren er op een doorsnee dag duizenden kubieke meters rivierwater met soms een piek tot wel 12.000 m3 per seconde. Eindbestemming: Noordzee.

Ziedaar, zo niet een van de drukste, dan toch een van de opvallendste grensovergangen van de provincie Gelderland. We hebben het over de Rijn bij Lobith, zoals veel kinderen nog altijd foutief op school leren. De hoofdstroom van de Rijn komt in werkelijkheid al lang niet meer bij Lobith ons land in maar bij Spijk en, even verder, bij ex-douanedorp Tolkamer.

Met dien verstande dat Nederland en Duitsland de roemrijke rivier ter plekke nog ruim zeven kilometer delen. De grens ligt onzichtbaar in het midden van de rivier. Op de rechteroever Spijk en Tolkamer. Op de linkeroever het tamelijk ontoegankelijke Naturschutzgebiet rond het ooit Nederlandse, maar nu al weer 200 jaar Duitse vestingdorpje Schenkenschanz aan der Alte Rhein, een oude stroom van de rivier. Pas bij Millingen en Pannerden is de Rijn helemaal Gelders.

Een van de grootste ‘kenners’ van de Nederlands-Duitse Rijn bij Tolkamer is Willi Hendriks (52). Al bijna 30 jaar vaart hij daar ‘met groot plezier’ vanaf het grote, drijvende bunkerstation van zijn baas, de firma Slurink, met een bevoorradingsschip naar passerende binnenvaartschepen om ze in de grenszone op de Rijn relatief langzaam varend vol te tanken met in Nederland goedkopere gasolie.

Behendig manoeuvreert hij op een ochtend in december in zijn eentje ‘zijn’ bunkerboot Zwaantje 3 langszij de MS Vlieland uit Zwolle. Dit binnenvaartschip passeert twee keer per week om zand en grind op te halen bij Duisburg. Binnen een half uur worden met hulp van een matroos op de Vlieland circa 13.000 liter brandstof en een kleine 6.000 liter drinkwater gepompt in zijn brandstof- en watertanks. De levering geschiedt op rekening. Wel wordt nog per pinautomaat afgerekend voor de afvoer van onder andere afgewerkte olie en huisvuil. En daar gaat Willi met de Zwaantje 3 weer. Op weg naar een volgende, meestal tevreden afnemer.

Bij Slurink schatten ze dat Willi en zijn collega’s op deze manier circa 30 procent van alle bij Tolkamer passerende schepen bevoorraden. Nederlandse schepen. Duitse schepen. Maar ook Belgische en Oost-Europese vaartuigen. Het zijn trouwens lang niet alleen brandstof en drinkwater die het bedrijf levert aan passerende scheepvaart of aan korte tijd bij het bunkerstation afmerende schepen. De firma beschikt er over een winkel met een grote sortering scheepsbenodigdheden.

En wat meer is: het bunkerstation huisvest een supermarkt. Ook daar winkelen schippers en hun bemanningen. Al 15 jaar werkzaam en thans bedrijfsleider bij dit Netto-filiaal is Rick Ruikes (35), net als Willi geboren en getogen in Tolkamer.

De combinatie bunkerstation-supermarkt is ‘goud waard,’ legt Rick uit. Want de schepen van Slurink nemen vooraf bij de supermarkt bestelde levensmiddelen en andere waren vaak mee om ze tijdens het bunkeren af te leveren bij langs varende schepen. Bij binnenvaarders die geen tijd (is geld) en/of zin hebben om kortstondig in Tolkamer af te meren.

We vragen zowel Willi als Rick naar hun ervaringen en contacten met Duitse ‘buren’ net over de grens. De Rijn bij Tolkamer is als gezegd immers kilometers lang het natte grensgebied van beide landen. En Tolkamer en Spijk zijn min of meer aan drie kanten omgeven door Duitsland.

Juist vanwege deze geografische situatie kent met name Willi ‘geen grensgevoel’, zegt hij: ‘We weten hier niet beter. We voelen ons hier één.’ Weinig contact heeft hij evenwel met de inwoners van Schenkenschanz, pal tegenover Tolkamer. Daar blijkt de grensrivier een heuse barrière. Een vrijwel onneembare barrière die de lokale wethouder voor recreatie en toerisme tot nu toe vergeefs probeerde te slechten. Tot zijn plannen behoorden onder meer een fiets- en voetgangerspontje tussen Tolkamer en Schenkenschanz (Duitsland weigerde vanwege de natuur) en volgens Willi ‘veel te hoog gegrepen’ want kostbare kabelbaan over de Rijn.

Daar tegenover staan natuurlijk de klantcontacten te water met veel Duitse schippers. En Willi is geregeld te vinden op de kade in Emmerich, het eerste Duitse Rijnstadje van enige omvang stroomopwaarts. Waarom juist daar? Dat komt zo. Willi kan maar ook buiten zijn werk geen genoeg krijgen van schepen. In zijn vrije tijd is hij schepenspotter. En de Rijnschepen varen in Emmerich zeer dicht langs de oever. Ideaal voor foto’s op Facebook en zo. Vandaar.

Rick Ruikes onderschrijft intussen in zijn pijpenla kantoortje naast de supermarkt de ervaringen die ‘ze’ bij Slurink hebben met Duitse klanten. ‘Duitsers zijn over het algemeen net iets beleefder en püntlicher dan Nederlanders.’ En, zegt Rick, de Duitsers – ongeveer de helft van zijn klandizie – vertonen een ander koopgedrag.
‘Ze zijn meer uit op koopjes. Minder geïnteresseerd zijn ze in merkartikelen.’

Privé heeft Rick niet heel veel contact met de Oosterburen. Daarvoor is hij te druk met zijn winkel en met zijn sociale leven in Tolkamer zelf (voetbal, carnaval). Wel tankt hij soms goedkoper over de grens. In Elten bijvoorbeeld. Of hij gaat er uit met vrienden. Het uitgaansleven in Duitsland is in zijn ogen namelijk vriendelijker, minder snel agressief.

Enfin. Zo zie je maar. Willi Hendriks en Rick Ruikes. Twee Gelderse grenswerkers die hun brood verdienen op en aan het water. Op en aan de Rijn, die hydrologische en economische levensader van deltaland Nederland. En van deltaprovincie Gelderland natuurlijk. Want waar anders dan in deze provincie vertakt de Rijn zich eeuwenlang voor het eerst in Waal, Pannderdens Kanaal, Nederrijn en IJssel?

 

Foto’s: Suzanne Valkenburg
Tekst: Jelle Leenes / Portretteur van Nederland
© All rights reserved

Deel deze pagina op social media: