31 mei 2018

Fietsblog GLD-23: Langs de Diefdijk

Vandaag fiets ik tussen de Linge en de Lek van Asperen naar Culemborg dwars door de Betuwe. De Neder-Betuwe, want ook de Betuwe kent bijzondere streken. En daarmee ben ik aan de noordelijke kant van Rivierenland terechtgekomen, wat ook de noordelijkste grens van het Romeinse Rijk was. En wat ook een apart te volgen fietsroute is die van de Noordzee bij Katwijk langs Rijn en Donau doorloopt tot de Zwarte Zee.

Mijn slaapplek lag net over de grens in Zuid-Holland, maar Leerdam was een kort verblijf meer dan waard. Het is een prachtige stad, met veel architectonisch schoon. De bouwstijlen zijn heel divers. Zo valt mij de watertoren direct op. De toren die in 1929 gebouwd is in Art Deco stijl, wordt momenteel omgebouwd tot wooncomplex. Hergebruik van monumenten is in Leerdam nodig, er zijn er zoveel dat wanneer er geen woon- of werkbestemming aangegeven zou worden de halve stad slechts decor zou zijn. In de wachttorens van de stad wonen mensen, de nog werkende wipmolen is te huur als vergaderruimte en achter een prachtige zeventiende-eeuwse gevel met het opschrift ‘Vriheyt is voor gheen gheld te coop‘ schuilt een telefoonwinkel. Ook de glasblazerij van het Glasmuseum huist in een bijzonder gebouw. Ze bergen er een grote collectie glaswerk. Ik heb niet kunnen vinden, wat ze er niet hebben.

Wanneer ik Leerdam uitfiets kom ik al snel terug in Gelderland en bij het startpunt van de fietsroute in Asperen. Alhoewel dit toch ook een vestingstad is, vooral eentje van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, ziet alles er romantisch en lieflijk uit. Mogelijk komt dit door de vele waterwerken waarlangs lustig het groen groeit. Het stadje is niet voor niets erg populair bij wandelaars en fietsers, vooral in april als de Betuwe in bloei staat. Ik had in mei meer oog voor een kleine bunker die bij het ‘Kunstfort’ Asperen staat. Het uit gewapend beton opgetrokken wachthuisje zou uit 1914 komen. Dat verbaast me, omdat deze Franse bouwtechniek toen al wel bekend was in Nederland en rond 1890 voor het eerst toegepast is bij het maken van sluizen in Zeeuws-Vlaanderen. Door met name de Duitsers is deze techniek pas halverwege de Eerste Wereldoorlog op grotere schaal toegepast. ‘Bunker’ is een Duits woord en bunkers zijn kleine verdedigingswerken die verspreid door het land liggen en elkaar afdekken zodat bij een aanval op een enkele bunker niet de gehele linie valt. Dit is een voortzetting van de militaire strategische denkwijze die eerst heeft geleid tot versterkte steden (zoals Grave), daarna tot de Oude Hollandse Waterlinie (verbonden versterkte steden) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (versterkte forten buiten de steden). De Duitsers hebben het bouwen van bunkers in de Eerste Wereldoorlog geperfectioneerd. Dit jaar is die vreselijke oorlog op 11 november om 11.00 uur precies 100 jaar geleden beëindigd.

Weer onderweg is de inhoud van een bunker op een bijzondere manier aanschouwelijk gemaakt: bij Zijderveld is een bunker die in 1940 nog door de Nederlanders is gebouwd doormidden gezaagd, zodat je de constructie goed kunt bekijken. Al was in de Tweede Wereldoorlog de strategie van een linie bunkers al snel achterhaald, want de Duitsers landen achter de linie met parachutisten en zweefvliegtuigen. Deze aanvalstechniek is net als de bunkers een Duitse vinding, die pas later door de geallieerden is gekopieerd en in verbeterde, grootschalige wijze werd ingezet bij onder andere Operatie Market Garden op de Mookerheide.

Culemborg, het einddoel van mijn fietsroute vandaag, ken ik door het zicht dat je op de stad en omgeving hebt vanuit de trein. Je rijdt over een hoge oude ijzeren spoorbrug, in 1886 was de eerste versie nog de langste van Europa, waarbij ook het talud naar de brug toe hoog boven het landschap uitsteekt. Dat geeft een schitterend gezicht op aan de ene kant de uiterwaarden van de rivier de Lek en aan de andere kant het profiel van de stad. In de uiterwaarden ligt het Werk aan het Spoel, een compleet werk met een fort en een imposante sluis om het achterland onder water te kunnen laten lopen. Maar ook met een voetveer en een restaurant: Caatje aan de Lek. Wat volgens mij een woordspeling is op Kraantje Lek, de uitspanning uit 1542 in de duinen bij Haarlem. Caatje heeft goed bier en ik ben er aan het werk gegaan en spoelde mijn glas zelf om (Werk aan het Spoel dus).

Aan de andere kant van de spoorbrug ligt de stad, waarvan het profiel zo is als je van een middeleeuwse vestingstad mag verwachten: kerken, kloosters, molens en poortgebouwen zijn de hoogste gebouwen en vormen samen een prachtig silhouet. Dat het spoor hier een brug heeft en automobilisten, fietsers en voetgangers nog per pond moeten oversteken is een mooi tijdsbeeld. We zijn alweer bijna vergeten dat het spoor de mobiliteit in de negentiende eeuw op gang heeft gebracht en dat pas na verbinding door het spoor de diverse regio’s hun klokken volgens het spoorboekje gelijk hebben moeten zetten, omdat anders de treinen op elkaar konden botsen. Daarvoor had elke plaats nog z’n eigen tijd die door de klokken in de torens hoorbaar werden aangegeven. Zo luidt Culemborg nog steeds de Papklok: om tien uur s’-avonds wordt aangegeven dat de stadspoort sluit en dat men na een bordje pap de luiken mag gaan sluiten.

Wat me aangenaam verrast wanneer ik het Elisabeth Weeshuismuseum bezoek, is het culturele aanbod in deze, naar huidige maatstaven toch kleine stad. Niet alleen het Weeshuis organiseert tentoonstellingen en geeft voorstellingen, de Franse School doet dit ook en ook op het Werk aan het Spoel is van alles te beleven aan performance kunst. Alhoewel ik  bijna elke stad waar ik doorheen ben gefietst cultureel kan aanbevelen, geldt dit voor Culemborg zeker. De combinatie natuur en cultuur maakt Culemborg voor wandelaars en fietsers dubbel een bezoek waard. De stad viert dit jaar bovendien dat het 700 jaar stadsrechten heeft, dus er is extra veel te doen. En kom vooral per trein aan, al is het pondje ook leuk.

 

Zelf deze route ontdekken?

Bovenstaande blog gaat over traject 23 van de route Fietsen over Grenzen. Dit traject loopt van Asperen naar Culemborg. Lees meer over dit traject.

Geschreven door Marc Beek

Marc Beek Mijn naam is Marc Beek (54 jaar, Harderwijk) en ik ga Fietsen over Grenzen. Ik ben een ervaren vakantiefietser, dus weet mijn tempo aan te passen aan de schoonheid van het landschap en de bezienswaardigheden op de route. Al fietsend ga ik op zoek naar de geschiedenis van toen en dat in woord verbinden met het leven van nu. Want die grens uit het verleden vormde dan wel ooit een barrière, vaak was het ook een aanmoediging om grenzen te verleggen.

Deel deze pagina op social media: