9 juli 2018

Fietsblog OKW-10: door het Schwalmdal

De route vandaag is zeer bosrijk, vooral omdat ik mij regelmatig laat verleiden om een spannender pad dan de geasfalteerde weg te nemen. Als bewoner van een vlak land intrigeren hoogteverschillen me. Wanneer ik vlak langs de diep uitgesleten bedding van de rivier de Schwalm kan fietsen, dan zal ik dat niet laten. Het merendeel van het gewicht van mijn bagage drukt op mijn voorwiel, zodat zand- en steenslagwegen voor mij geen probleem zijn. Ik maak van deze rit zo een soort trial: langzaam fietsend kies ik mijn koers over de meest verharde stukjes. Het gaat er niet om dat ik opschiet, maar dat ik niet hoef af te stappen. Dat betekent dat ik af en toe een sprintje moet trekken, om over een zanderig pad bovenaan de heuvel te komen. Het is me de hele route gelukt om niet af te hoeven stappen. Klein geluk voor een Pedaalridder.

De Schwalm wordt een rivier genoemd, omdat het zoveel water met zich meevoert dat slechts enkele plekken doorwaadbaar zijn. Een beek kun je in de regel overal oversteken, een rivier dus niet. Niet voor niets was de Schwalm dus lang de grens tussen Hertogdom Gelre en Hertogdom Gulik. Het water stroomt vervolgens de Hariksee in om er aan de noordkant weer uit te stromen. Daar wordt ook de reden van het meer duidelijk, er staat een watermolen uit 1447. Het meer is een waterreservoir. Volgens het informatiebordje is dit de oudste watermolen van Duitsland, maar dat ken ik van Duitse informatiebordjes. Het is altijd de oudste, jongste, grootste of kleinste. Waar wij van onze moeder leren dat alles waar te voor staat, niet goed is. Leren ze hier blijkbaar dat het pas goed is als er ‘te’ achter staat. De watermolen is nu een Steakhouse en ik kan niet echt vinden welk onderdeel nog uit 1447 zou kunnen stammen.

Wat ik heb met hoogteverschillen, hebben ze hier in deze regio met water. Als er een plas water is, dan moeten ze er gewoon iets mee doen. Dus is er in 1891 een klein kasteeltje als lusthof op het eiland in het meer gebouwd. Toen toerisme ook voor de lagere klasse betaalbaar werd is er in 1920 een natuurstrand aan de oostkant bijgekomen. Nu zijn daar privé vakantiehuisjes gebouwd, waarbij ik me afvraag waarom die nu net hier en niet ergens in het bos op een heuvel zijn gebouwd. Want de hele Hariksee ademt de sfeer van vergane glorie, van een vorm van toerisme dat door de verre reismogelijkheden die we tegenwoordig hebben, sterk achterhaald en een beetje sneu is geworden.

Dan schiet me te binnen dat het bos hier niet alleen om in te wandelen of doorheen te fietsen is, het is ook jachtgebied. Dan is een huisje in het bos toch niet zo’n heel goed idee. Bijna alle landen met een veroverend ingesteld militair verleden, hebben een sterke jachtcultuur. Duitsland dus ook. Jagen was niet voor niets de vrije tijdsbesteding van de feodale heren. Als leenman kreeg je wel een mooi inkomen uit de landerijen die je door je leenheer waren geschonken, maar in ruil daarvoor moest je wel bereid zijn te vechten in zijn leger. Dan kon je maar beter geoefend zijn als er een beroep op je diensten werd gedaan. Jagen is dan het aangename met het nuttige combineren.

In het bos kom ik vele jachthutten tegen, de ene nog krakkemikkiger dan de andere. Ik zou er geen lol in hebben om er bij schemering in te gaan zitten. Andere opvallende bouwwerken die ik in het bos tegenkom, zijn pompinstallaties die het opgepompte grondwater uit de openmijnbouw, hier weer in de grond terug pompen. Vlakbij Erkelenz wordt op gigantische schaal bruinkool afgegraven dat verderop in elektriciteitscentrales wordt verbrand. In 2030 stopt men hiermee, dan blijft er een gat zo groot als de stad van tweehonderd meter diep achter. Dat gat laten ze in tachtig jaar langzaam vollopen met water uit de Rijn. En dan hebben ze het diepste meer van Europa, dat is iets wat ik wel onmiddellijk wil geloven.

 

Zelf deze route ontdekken?

Bovenstaande blog gaat over traject 10 van de route Fietsen over Grenzen. Dit traject loopt van Beeck naar Hariksee. Lees meer over dit traject.

 

Geschreven door Marc Beek

Marc Beek Mijn naam is Marc Beek (54 jaar, Harderwijk) en ik ga Fietsen over Grenzen. Ik ben een ervaren vakantiefietser, dus weet mijn tempo aan te passen aan de schoonheid van het landschap en de bezienswaardigheden op de route. Al fietsend ga ik op zoek naar de geschiedenis van toen en dat in woord verbinden met het leven van nu. Want die grens uit het verleden vormde dan wel ooit een barrière, vaak was het ook een aanmoediging om grenzen te verleggen.

Deel deze pagina op social media: