13 augustus 2018

Fietsblog GLD en OVK: Natuur, Cultuur en Agricultuur

Zowel van het fietsen, als van het schrijven heb ik genoten. Het beeld van Gelre dat ik als boeken- en krantenlezer onbewust in mijn geheugen had opgeslagen, is door de fietstocht naar waarheid gecorrigeerd. Nu pas besef ik bijvoorbeeld het aanzienlijke deel dat landbouw en veeteelt uitmaakt van ons ruimtegebruik. Juist in de buurt van de grenzen waar ik langs gefietst ben, is dat een enorme historische aanwinst. Grenzen liepen immers graag langs beken en rivieren, die in het verleden ongetemd waren. Een burcht bouwen in de elfde of twaalfde eeuw in zo´n drassige uiterwaarde leverde een niet te passeren natuurlijke barrière op. Nu liggen die vechttorens langs beheerste waterstromen, in groen grasland en te midden van golvende graanvelden of aan lieflijke meertjes in parkachtige bossen. De meeste donjons zijn in de zeventiende en achttiende eeuw omgebouwd tot luxe woonhuis. Daarmee is ons idee van een kasteel ergens tussen het sobere en solide Slot Loevestein en het schitterende Slot Anholt in komen te liggen. Wat ooit moerasland of woeste grond was, levert nu een grote bijdrage aan het stillen van onze honger naar welvaart. De boerderijen zijn grootschalig, de mechanisatie vergevorderd en het overvloedig gebruik van mest en bestrijdingsmiddelen herkenbaar aan de soms zeer monotone begroeiing van sommige akkers en weilanden. Biologisch is nog veel te winnen door als stadsbewoners de eerlijke prijs voor voedsel te gaan betalen.

Uiteraard zijn ook de bezoeken aan de steden van Gelre mij goed bevallen. Grave, Culemborg, Elburg, Deventer, Roermond, Erkelenz. Als stedeling die zijn inkomen verwerft door teksten te bewerken en campagne te voeren, kende ik die steden echter al wel. De perfecte staat van onderhoud van de meeste monumenten heeft me toch aangenaam verrast. Wij gaan zorgvuldiger met ons cultureel erfgoed om dan we aan onszelf als moderne mensen durven toe te geven. Al doen we daarbij steeds vaker een beroep op vrijwillige inzet en ondernemingslust. Wat in het Duitse deel van het Overkwartier helaas regelmatig tot minder toegankelijk erfgoed leidt. Een ontwikkeling die we wat mij betreft in Nederland moeten zien te voorkomen. Net zoals het fietsen over boerenland voor mij aangenaam verlevendigd wordt door een kudde koeien, werkt het regelmatig kunnen bezoeken van een monumentaal gebouw tijdens een rondrit op mij ook zeer positief. Waarom zou ik mijn vakantie elders willen vieren, als het hier dichtbij huis al zo mooi is. Hoe pijnlijk vond ik het dan ook om tussen Winterswijk en Roermond regelmatig op informatiebordjes te moeten lezen dat ik ongezien een historische locatie was gepasseerd, die de gevechten van de 2e wereldoorlog, de Franse invallen of de veroveringen tijdens de Tachtigjarige Oorlog niet of slechts ten dele overleefd hadden. Mijn afkeer voor oorlog is hierdoor alleen maar groter geworden, ook omdat het bijkomend menselijk leed er soms alleen in korte bijzinnen bijgeschreven werd. Daarvan is immers meestal nog minder bewaard gebleven.

Al de strijd die in en om Gelre is geleverd is ongetwijfeld historisch nodig geweest om ons vervallen rechtssysteem, dat wat de Romeinen achterlieten bij hun terugtocht, weer van de grond te krijgen. Van kleine versnipperde stukjes land met een roofridder of leenman aan de top, via grotere samenwerkingsverbanden onder feodale heerschappij naar natievorming door strijd en de laatste gelukkige jaren door samenwerking. Wat al dat geschuif met bestuurlijke macht met mensen gedaan heeft, is mogelijk minder dan sommige onder ons willen doen geloven. Machthebbers willen scherpe grenzen, maar mensen maken die grenzen in de loop der tijd weer boterzacht. Het is wel zo dat elke nieuwe streek die ik bezocht vaak een andere fysieke structuur van het landschap had, met een bijpassende andere economische oriëntatie, en vaak ook een andere mentaliteit. Binnen tien kilometer kon het verschillen of de weg kaarsrecht, of juist slingerend liep. Of de huizen dicht aan de weg, of juist veraf stonden. Of ik bij het langsfietsen teruggegroet werd of aangestaard. Of er waakhonden in de tuinen liepen of spelende kinderen. Gelre als culturele eenheid zien is in deze tijd een gedachte met een hoog abstractieniveau. Bij Gelderland wordt die gedachte al wat reëler. Gelre is wel een onomstotelijk historisch feit, waarvan de waarde in ons huidige leven daar ligt dat dit in het verleden zo heeft kunnen plaatsvinden. Het heeft ons mooie kastelen, prachtige steden en een rijk platteland opgeleverd én het besef dat samenwerking net zo nodig is als strijd onvermijdelijk lijkt.

 

Zelf de route ontdekken?

Marc fietste de volledige 900 kilometer van de Fietsen over Grenzen-route. Over de verschillende trajecten schreef hij bijna dagelijks een blog. Ontdek zelf ook (een deel van) de route. Bekijk hem op route.nl/erfgoed-festival.

 

Geschreven door Marc Beek

Marc Beek Mijn naam is Marc Beek (54 jaar, Harderwijk) en ik ga Fietsen over Grenzen. Ik ben een ervaren vakantiefietser, dus weet mijn tempo aan te passen aan de schoonheid van het landschap en de bezienswaardigheden op de route. Al fietsend ga ik op zoek naar de geschiedenis van toen en dat in woord verbinden met het leven van nu. Want die grens uit het verleden vormde dan wel ooit een barrière, vaak was het ook een aanmoediging om grenzen te verleggen.

Deel deze pagina op social media: