Lynn van Ewijk

Ontheemd in barakken

Onder de bomen in het Nederlands Openluchtmuseum staat een Molukse barak, afkomstig uit het Brabantse Lage Mierde. Tussen 1954 en 1962 was het een onderkomen voor verschillende Molukse gezinnen die in 1951 naar Nederland kwamen. Dit is een van de laatst overgebleven barakken; bijzonder erfgoed dus.

Presentator Esther Geus werkt al veertien jaar in het museum. Ze vertelt bezoekers hoe het voor Molukse gezinnen was om plots in het verre Nederland te zijn.

Nederlands Openluchtmuseum Arnhem: Molukse barak uit Lage Mierde.

Per schip naar Nederland

In 1951 vertrokken Molukse militairen per schip vanuit Indonesië. Twee jaar eerder was de dekolonisatieoorlog geëindigd. Samen met vrouw en kinderen kwamen de mannen aan in het koude Nederland. Ze werden opgevangen in kleine barakken, zoals de barak die sinds 2003 in het Nederlands Openluchtmuseum staat.

Deze woonoplossing zou tijdelijk zijn. Hooguit voor een paar maanden. Daarna zouden de gezinnen weer terugkeren naar huis. De koffers bleven ingepakt, klaar voor vertrek.

Van tijdelijk verblijf naar permanent wonen

Maar dat o zo gewenste vertrek bleef uit. Het verblijf in Nederland werd permanent. In Nederland werd hen de status als militair van de Koninklijke Landmacht ontnomen. Veel Molukkers werden werkeloos en kregen een klein beetje zakgeld – in plaats van soldij.

De meeste barakken lagen in het buitengebied, ver weg van de Nederlandse samenleving. De Molukkers vormden er hun eigen gemeenschappen. Ze behielden hun Molukse gewoontes en tradities. Hun nieuwe Nederlandse ‘buren’ beschouwden het als kampen, gescheiden van hun eigen leefwereld.

Nadat het duidelijk werd dat de belofte van een tijdelijk verblijf werd verbroken, verhuisden gezinnen naar eigen woonwijken. Molukse gezinnen woonden gemiddeld acht jaar in een barak.

Nieuw in Nederland

Presentator Esther Geus was ook zelf ook een nieuwkomer in Nederland. Geus kwam op driejarige leeftijd – samen met 300.000 andere Indische Nederlanders – per boot naar Nederland. Ze werd geboren in Surubaya, maar is inmiddels 61 jaar in Nederland.

Nederlands Openluchtmuseum Arnhem: Ontmoet Mij 2020, Esther Geus.

Geus groeide op in Apeldoorn en had ze hier een fijne jeugd. Op school was zij vaak het enige Indisch meisje in de klas. Op latere leeftijd besefte ze pas waarom haar ouders naar Nederland waren gekomen. Dit besef heeft haar gemaakt tot wie ze nu is. Na een aantal jaren vrijwilligerswerk in de culturele sector, solliciteerde ze naar de functie van gastvrouw in het Nederlands Openluchtmuseum. Door haar Indische roots kan zij door het vertellen van de verhalen soms emotionele herinneringen van bezoekers naar boven halen.

In het museum daagt ze bezoekers uit om zich in te leven in de situatie. Geus: “Inmiddels is er wel meer aandacht voor dit deel van de Nederlandse geschiedenis, maar mensen weten er relatief weinig van. De grote lijnen van het Molukse verhaal zijn bekend, maar de meesten hebben bijvoorbeeld nog nooit een barak gezien. Er bestaan ook vooroordelen over de Molukkers. Die zijn vaak kwetsend voor de gemeenschap. Ik ervaar dat er meer begrip is voor het verhaal, wanneer mensen de feitelijke geschiedenis kennen.”

De barak

De barak is een belangrijk onderdeel van het Molukse verhaal. In 2003 werd het gebouw vanuit Lage Mierde overgeplaatst naar het Nederlands Openluchtmuseum. Het was de laatst overgebleven barak van het kamp. Tussen 1954 en 1962 bood het Brabantse barakkenkamp onderdak aan achttien Molukse gezinnen.

Het gebouw is opgedeeld in meerdere ruimtes. Een verblijf, een klein keukentje. Er staan stapelbedden. En uiteraard de koffers; gereed voor vertrek. De andere ruimte toont het vertrek van de beheerder, dat er beduidend luxer uitziet. Ook wordt er aandacht besteed aan de treinkaping bij Wijster in Drenthe, een deel van de Molukse geschiedenis dat veel in het nieuws is geweest.

Geprikkeld

Geus betrekt kinderen graag bij haar rondleiding. Dan laat ze de verschillende ruimtes in de barak zien en vraagt ze waar ze liever zouden willen wonen: in de ruimte van de Molukkers of van de beheerder. “De meeste kinderen kiezen toch voor het ruime gedeelte waar de beheerder woont.”

In de barak wordt het publiek op verschillende manieren geprikkeld. “Er zijn meerdere presentatoren en iedereen vertelt op een eigen manier. De kok vertelt bijvoorbeeld over het eten. Of soms kookt hij een maaltijd waar bezoekers van kunnen proeven.”

ederlands Openluchtmuseum Arnhem: Esther Geus bij het fornuis in de Molukse barak.

Volgens Geus begrijpen we de geschiedenis beter wanneer we alle feiten kennen en daardoor verbanden kunnen leggen. “Zelf presenteer ik op verschillende plaatsen in het museum”, legt ze uit. “Ik vertel over de Molukkers op de Molukse barak en mijn eigen Indische roots op het Indisch Achtererf. Maar ik sta ook bij het Marker vissershuisje; een plek waar de meeste mensen geen Indische Nederlander zouden verwachten. Door het doorbreken van deze verwachtingspatronen wil ik laten zien dat de verbanden die wij in onze gedachten maken, niet altijd kloppen.”


Nederlands Openluchtmuseum

In de nieuwe campagne van het Nederlands Openluchtmuseum worden verschillende medewerkers in beeld gebracht. Esther Geus is één van deze medewerkers. Ze wil bezoekers graag laten zien wat zij gemeen hebben, in plaats van de verschillen te benadrukken. Tijdens de Maand van de Geschiedenis staat haar verhaal centraal.