Rob van Oijen

Nu eens een keer geen Flipje

Er is nergens zo lang gevochten tijdens de Tweede Wereldoorlog dan in de Betuwe: maar liefst 198 dagen lang was het in 1944 frontgebied. Een van de feitjes die het karakteristieke gebied als historisch studieobject bijzonder interessant maakt.

Robert Braam – initiatiefnemer van Museum Niemandsland – neemt ons mee naar drie momenten dat het oosten van de Betuwe, er heel anders bij lag dan het westen.

De Betuwe heeft als frontlinie zwaar geleden onder de Tweede Wereldoorlog. Een bewuste dijkdoorbraak in 1944 veroorzaakte zware schade, zoals in de Steenbeekstraat in Zetten.

Grebbelinie, 10 mei 1940

In de vroege ochtend vallen Duitse troepen Nederland binnen. Het Nederlandse leger is onvoldoende voorbereid en wordt snel onder de voet gelopen. Al op 15 mei tekent de opperbevelhebber van het Nederlandse leger voor de capitulatie.

Een strijd van slechts vijf dagen, waar de Grebbelinie een belangrijke rol in speelt. Een linie die loopt van het IJsselmeer tot aan de Rijn. In het verlengde daarvan ligt tussen de Rijn en de Waal de Betuwestelling. Dwars door de Betuwe dus.

“In september 1939 is het Nederlandse leger al gemobiliseerd, zo ook in de Betuwe”, vertelt Robert Braam. “De mannen hebben fietsen en paarden tot hun beschikking, sommigen een vuurwapen. Dat zijn alleen wel erg oude wapens, soms nog uit 1880.”

Ze zijn gelegerd in forten en kazematten in het oostelijk en westelijk deel van de Betuwe. De meeste bewoners zijn in de ochtend – dus tijdens de inval van de Duitsers – al geëvacueerd, onder meer met boten naar Rotterdam. “Boten die oorspronkelijk kolen of kalk vervoeren”, vertelt Braam. “De ene helft van de mensen komt dus aan in de havenstad zo zwart als roet, de andere helft onder de witte poeder.”

De eerste Duitse motorfiets komt aan in Gendt.

Vanuit het oosten vallen de Duitsers het land binnen met fietsen en motorfietsen. Braam: “En veel moderner gereedschap wat betreft bewapening. De Nederlanders zijn zwaar onderbewapend.” Op de eerste dag van de inval komt het Duitse leger al in het oostelijk deel van de Betuwe.

Ons buurland is overigens niet heel erg geïnteresseerd in de Betuwe. Het door water omringde gebied is voor hen enkel een neventoneel: de hoofdaanval bij Rhenen krijgt alle aandacht. Op de avond van 13 mei trekken de verdedigers van de Betuwestelling zich terug. “In paniek,” zegt Braam, “want het verhaal van de hevige strijd bij Grebbeberg is hun ter ore gekomen.”

Evacuatie, oktober 1944

Een sprong in de tijd. De bezetting is nu vier jaar een feit. De geallieerden zijn al weer een paar maanden geleden geland in Normandië en rukken op richting het noorden. Operatie Market Garden is in september gestuit, maar de westelijke helft van de Betuwe is al wel bevrijd.

“Om de opkomst van de geallieerden te remmen,” vertelt Braam, “plannen de Duitsers een offensief.” Het doel: de brug van Nijmegen terugveroveren. “De Betuwe dreigt op dat moment het strijdtoneel te worden. Tot die tijd konden de inwoners van de streek in het gebied blijven, nu moeten ze toch echt huis en haard achter zich laten.”

Nog een groepsfoto op het kerkplein in Hemmen voordat de evacuatie begint. De bewoners worden met geallieerde vrachtwagens geholpen.

De geallieerden evacueren de bewoners van het bevrijdde gebied naar België en Noord-Brabant. “Met militaire voertuigen helpen ze de mensen het gebied te verlaten. Duizend mannen blijven achter om voor het vee en de oogst te zorgen.”

Braam: “In het oosten gaat het er heel anders aan toe. De bezetters jagen de bewoners van het oostelijk deel van de Betuwe met harde hand uit hun schuilkelders. Naar het noorden, de Rijn over.”

Bewoners van het bezette gebied van de Betuwe moesten hun evacuatie zelfstandig organiseren.

Dijkdoorbraak, 2 december 1944

In totaal vluchten er tussen de 45.000 en 60.000 mensen uit de Betuwe. Braam: “Als de laatste vrouwen het oostelijke gebied verlaten, blazen de Duitsers de Rijndijk bij Elden op.” Het water moet de opmars van de Engelsen stoppen.

Indrukwekkende luchtfoto’s van voor en na het opblazen van de Rijndijk bij Elden.

Het westelijk deel van de Betuwe staat al voor een deel onder water. “In september heeft de ontploffing van een munitietrein een gat geslagen in de dijk bij de spoorbrug van Arnhem. Daardoor kan het water dat vrijkomt bij het opblazen van de Rijndijk direct door dit gat naar de Betuwe stromen.” Maar liefst 52.000 hectare overstroomt; het veroorzaakt een enorme schade. Van Arnhem tot Tiel.

De Betuwe wordt uiteindelijk bevrijd op 3 april 1945. Ongeveer een maand later is heel Nederland bevrijd. “De Betuwe ligt dan nog vol mijnen. Pas in juli kunnen de inwoners van de Betuwe weer terugkeren naar hun huizen. Voor velen was daar echter niets van over.”

“Uiteindelijk kun je concluderen dat het oosten meer geleden heeft onder de strijd dan het westen”, zegt Braam. “ Gelukkig zijn Betuwenaren vaak mensen van niet lullen maar poetsen. Als gevolg van natuurgeweld stroomde het gebied vaker onder. Dan werden de schouders eronder gezet. Daarna ging het leven weer verder.”

Oorlogsmuseum Niemandsland

Robert Braam (29) uit Gendt is docent op een opleiding voor banketbakkers. Al vanaf zijn jeugd verzamelt hij attributen uit de Tweede Wereldoorlog. Uniformen, helmen, wapens. Die interesse begon na een vakantie met zijn ouders in Normandië. Sindsdien is zijn collectie flink gegroeid. In 2006 begon hij oorlogsmuseum Niemandsland. Daarnaast kruipt hij als re-enactor geregeld in de huid van een Amerikaanse parachutist.