Rob van Oijen

Marechaussees in oorlogstijd

Het is inmiddels bijna twee maanden geleden dat de capitulatie is ondertekend. Op 5 juli 1940 verliest de Nederlandse Marechaussee haar militaire en koninklijke status. Vanaf dat moment valt ze onder het ministerie van Justitie van bezet Nederland.

Een kwart van de marechaussees is dan al gevlucht naar Engeland, vaak opgenomen in de Prinses Irenebrigade. Degenen die nog in Nederland zitten, komen voor een belangrijke keuze te staan. Nemen ze ontslag? Gaan ze in het verzet? Of wordt het collaboreren met de bezetter? Twee portretten van twee marechaussees in oorlogstijd.

Karst Smit. Bron: Marechausseemuseum

Karst Smit (1917-2003)

Het begon allemaal bij een verzoek van een vriend. Of Karst een jood naar Brussel zou kunnen smokkelen. Hij zegt ja. Het blijkt het begin van de oprichting van een vluchtlijn tot diep in Frankrijk.

Karst is op dat moment in Hilvarenbeek, nabij de Belgische grens, gestationeerd. Daar is hij terechtgekomen na de capitulatie. Voor de oorlog was hij sergeant bij de Landmacht.

Terug naar de vluchtlijn. Ook geallieerde militairen willen gebruik maken van zijn diensten. Het Engels van Karst is niet zo goed, dus hij moet op zoek naar iemand die het wel spreekt. Die vindt hij in de persoon van onderwijzer Eugène van der Heijden.

Bravery Line

Samen zetten zij in 1942 in het gebied Hilvarenbeek/Baarle-Nassau de Bravery Line op: een ontsnappingsroute naar België. Voor gestrande piloten, verzetsstrijders en joden. Ze weten meer dan 150 joden, 30 gevluchte verzetsstrijders en 43 geallieerde militairen het land uit te smokkelen.

November 1943, het noodlot slaat toe. De ontsnappingsroute wordt ontmaskerd door de Duitse geheime politie in Brussel. Karst Smit weet te ontkomen en duikt onder in Den Haag, later in Frankrijk.

Maar niet voor lang: op 15 november 1943 wordt hij opgepakt. Hij wordt in eerste instantie opgesloten in de staatsgevangenis van Fresnes. Daarna belandt hij in verschillende concentratiekampen, zoals Buchenwald, Ellrich, Dora en Ravensbrück.

Maar Karst overleeft het allemaal. In juni 1945 weet hij Nederland weer te bereiken. Na de oorlog krijgt hij diverse onderscheidingen voor zijn verzetswerk. Karst wordt de meest gedecoreerde marechaussee in oorlogstijd.

Willem van der Veer. Bron: Marechausseemuseum

Willem van der Veer (1917-2003)

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog telt de Koninklijke Marechaussee ruim 1200 man beroepspersoneel. Een kwart van hen ontkomt in de meidagen van 1940 naar Engeland. Zo ook Willem. Hij wordt ingedeeld bij de Prinses Irenebrigade.

Vanaf dat moment lijkt Ian Fleming het script van Willems leven te schrijven. In Engeland wordt hij opgeleid tot geheim agent. Terwijl zijn collega’s worden gedropt in bezet Nederland, ligt Willem ziek op bed met roodvonk. Een geluk bij een ongeluk – voor hem dan althans. De parachutisten van de Prinses Irenebrigade blijken maar al te vaak in handen te vallen van de Duitsers.

Willem wordt tijdelijk ingezet in Birma, om te vechten tegen de Japanners. Maar hij keert terug naar Engeland. Op 9 oktober 1944 is het dan toch zover: hij springt af boven Veenhuizen. Hij duikt onder bij verschillende adressen, tot zijn operatie (deels) verraden wordt.

In het hol van de leeuw

Via via komt hij uiteindelijk terecht bij de opperwachtmeester van de Marechaussee in een twee-onder-een-kaphuis. Saillant detail: onder de andere kap is een commandopost voor de Duitsers gevestigd. Een post onder leiding van generaal Böttcher, ontvanger van het IJzeren Kruis.

Willem weet het contact met enkele verzetsgroepen te herstellen. Met dank aan een vals persoonsbewijs en een marechaussee-uniform. Hij slaagt erin om een flinke groep verzetsstrijders op te leiden in wapengebruik. Ondergedoken in de bossen van Appelscha.

Wapperende vlag

Een groep Franse commando’s plant in het voorjaar van 1945 een aanval op de Duitse commandopost. Willem gaat terug naar Westerbork om de buren – het gezin waar hij eerder verbleef – te waarschuwen voor de ophanden zijnde actie. Met succes.

De bevrijders zijn inmiddels vlakbij. Willem wil ze welkom heten met een wapperende Nederlandse vlag op het gemeentehuis. Terwijl hij NSB-burgemeester Pijbels onder schot houdt, gaat de telefoon.

Willem neemt op en herkent de stem van de Duitse kampcommandant van Westerbork: Albert Gemmecker. Wat dat toch voor herrie is in het dorp. Willem geeft hem in het Duits antwoord en raadt hem aan zijn Engels maar op te poetsen, ‘want de bevrijders staan al voor de deur’.


Marechausseemuseum

Hoe gingen marechaussees in het bezette Nederland om met de dilemma’s van de oorlogsperiode? Wat was de rol van hun gevluchte collega’s in de bevrijding van Nederland? In het staartje van de Maand van de Geschiedenis toont het Marechausseemuseum in Buren De Marechaussees van Oranje: een tentoonstelling over de bijzondere rol van de gendarmerie in de Tweede Wereldoorlog.

Met portretten zoals die van Karst en Willem, maar ook bijzondere stukken waaronder een zeldzame langbrandende kaars – zoals gebruikt tijdens de landing in Normandië – en een striptease suit. En als je wil weten wat dat is, ziet het museum je graag langskomen vanaf 31 oktober 2020.