Lynn van Ewijk

Hoe Eva en Bram voor even Lini en Jan waren

Zus Eva en broertje Bram zijn respectievelijk 7 en 5 jaar oud wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Ze zijn Joods en de vijandigheid jegens de Joden groeit. Hun ouders, Hartog en Retje Beem, laten de kinderen onderduiken bij kennissen in Ermelo. Ze houden contact via brieven en ansichtkaarten. Tot het moment waarop de briefwisseling plotseling stopt. Museum Het Pakhuis in Ermelo vertelt dit pijnlijk gezinsdrama in de tentoonstelling Verborgen Brieven.

Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam

Willem Lodewijkstraat 129 in Leeuwarden

Het verhaal van broer en zus Beem begint op de Willem Lodewijkstraat 129 in Leeuwarden met de geboorte van Eva in 1932. Twee jaar laten wordt Bram geboren. Samen met hun ouders bouwen ze hier hun leven op. Ze spelen buiten, hebben veel vriendjes en vriendinnetjes en gaan graag naar school.

Tot de Duitsers Nederland binnenvallen en het land bezetten. Het naziregime legt beperkingen op voor de Joodse bevolking. Ze worden onder druk gezet en bijna alles wordt van ze afgenomen: geen bioscoopbezoeken meer, geen bezoek meer aan parken en markten, geen boeken meer lenen bij de bibliotheek en geen les meer op openbare scholen. Bovendien wordt het voor Joden verplicht om een gele ster te dragen.

Het dreigende gevaar dwingt vader en moeder Beem om een ingrijpend besluit te nemen. Het gezin duikt onder, maar kiest voor een zeer pijnlijke spreiding van kansen: de ouders gaan naar een ander adres dan de kinderen. Dan is de kans op overleven groter. Hartog en Retje blijven in Leeuwarden en Eva en Bram worden opgehaald door Janke, een oud-collega van Hartog. Zij brengt de kinderen onder bij haar nicht en neef in een grote villa in Ermelo.

Google Maps

Willem de Zwijgerlaan 14 in Ermelo

Het huis aan de Willem de Zwijgerlaan staat bekend als Huize Vredestein. Eva en Bram krijgen nieuwe namen die horen bij hun nieuwe leven. Eva wordt Lini, Bram wordt Jan. Hun typisch Joodse achternaam wordt verzwegen. Voortaan heten ze De Witt.

De kinderen moeten wennen aan de nieuwe namen, maar het levert ze veel op. Lini en Jan hebben geen beperkingen in Ermelo. Ze worden behandeld als kinderen zonder gele ster op hun kleding. Hun ware identiteit en afkomst blijft verborgen en ze schrijven hun ouders aan als oom en tante. Deze verandering is noodzakelijk maar ook zeer verwarrend voor de twee jonge kinderen. Ze schrijven hun ouders over het nieuwe leven in Ermelo.

Lieve Oom en Tante

Ik heb Sinterklaas gezien. En hij heeft een heleboel cadeautjes gebracht. Een leesboek, een liniaal, een postzegelalbum van Nederland en Nederlands-Indië en Curaçao en Suriname met een hele hoop postzegels erbij. Die had Sinterklaas erin geplakt. (…)

Daaaag!!!!!

Brief van Jan (Bram), 9 december 1942, Ermelo
Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam
https://data.jck.nl/page/aggregation/jhm-documenten/D003971

Lini schrijft dat ze met de trein gaan, iets wat voorheen ondenkbaar was omdat Joodse mensen een reisverbod opgelegd hebben gekregen. Ook kunnen ze naar buiten om te wandelen en te spelen.

Hoe gaat het met jullie? Wel bedankt voor de brief. Ik zal maar weer wat vertellen. Ik vind het ook erg leuk om telkens een brief van jullie te krijgen. (…) We zijn naar een dorpje geweest in de buurt en dat was zo fijn want we gingen met de trein. (…) Ik heb in de tuin nu drie keer een eekhoorn gezien, twee keer in de bomen, één keer liep er een op de grond. Vandaag is het winter geworden, dan zal het wel gauw gaan sneeuwen en vriezen. Nu weet ik verder niets meer te vertellen.

Brief van Lini (Eva), 24 december 1942, Ermelo

Lini en Jan wennen snel aan het nieuwe leven. Ze gaan op zondag naar de kerk, doen boodschappen in het dorp en krijgen hun eigen hobby’s. Janke geeft ze thuis les en kijkt de brieven na voor ze op de post gaan. Ze denken erover na om naar school te gaan. Het leed lijkt ver weg in Huize Vredestein.

De juffrouw, die mij les geeft, speelt de tweede stem en ik de eerste stem, dat klinkt zo prachtig. Je krijgt er tranen van in je ogen, zo mooi klinkt het. (…) Waarschijnlijk gaan we deze week naar school. Maar we hebben nog geen bericht gehad op welke dag hij begint, want er waren Duitsers in de school, en daarom moet de school schoongemaakt worden. We hebben gister gezien dat ze er al mee bezig waren. Het is van ons huis naar school 20 minuten lopen.

Brief van Lini (Eva), 8 september 1943, Ermelo.

Wij hebben bessen geplukt. En we hebben op onze bonnen volvette kaas gehad. Die kregen we zondag op de boterham. En we krijgen vanavond custardpudding met bessen. We hebben zaterdag bloemkool gehad. En we hebben op één dag 37 kersen gekregen.

Brief van Jan (Bram), 14 augustus 1943, Ermelo

Kamp Westerbork

Maar er komt abrupt een einde aan het leven als Lini en Jan. Begin 1944 verraadt een beruchte NSB’er uit Putten de kinderen. Ze worden afgevoerd naar Kamp Westerbork. Vanaf hier schrijven ze de laatste brieven naar hun onderduikgezin. Ze vragen om bezittingen op te sturen, omdat er niets is.

Ook zeggen ze het fijn te vinden dat Janke weer uit de gevangenis is gekomen. Janke werd opgepakt omdat ze de kinderen had geholpen bij het onderduiken. In Ermelo is er veel verdriet. Er is weinig contact met de kinderen die ze hadden willen behoeden voor deze tragiek.

Lieve Tante Janke, oom H en Tante Mar, hoe gaat het met jullie? Met mij gaat het best! Ik heb jullie brief ontvangen. Ik ben er erg blij mee! Ik weet niet of Bram al geschreven heeft dat we hier familie hebben, maar we hebben hier een neef en een nicht. U zei dat u de schoenen zou sturen, zou u dan ook mijn stofkam en mijn kleren die ik heb laten hangen en mijn strikken willen sturen? Ik heb nog vergeten te vragen van mijn bril, als het kan, wilt u hem doorsturen? Mijn viool zal wel niet kunnen? Maar u mag volstrekt geen lekkers of iets van etenswaren erbij doen, want dan komt het niet door. Een pakketzegel kan ik niet voor u krijgen. Ik vind het fijn dat u uit de gevangenis bent gekomen. Ik hoop dat ik over 14 dagen weer kan schrijven. Verder de hartelijke groeten van uw nichtje Eva Beem.

Eind februari 1944, kamp Westerbork

Janke kan in die tijd de ouders van Eva en Bram niet bereiken. Ze zijn ondergebracht op een nieuw onderduikadres in Joure en hebben geen idee welk drama zich heeft afgespeeld in Ermelo. Vanuit Kamp Westerbork worden Eva en Bram afgevoerd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Op 6 maart 1944 moeten ze de gaskamer in.

Hartog en Retje hebben de oorlog overleefd. Na de oorlog neemt Janke contact met ze op. Ze voelt zich schuldig om wat er gebeurd is met Eva en Bram.

Museum Het Pakhuis

De berichten van Eva en Bram zijn na de oorlog teruggevonden in Leeuwarden. De zestig brieven vormen de rode draad voor de tentoonstelling in Museum Het Pakhuis in Ermelo, te zien tot en met 7 november 2020.

De brieffragmenten die gebruikt zijn in dit verhaal zijn afkomstig uit de Collectie Joods Historisch Museum, Amsterdam.