Mijke Pol

Hoe een Ottomaanse duiventil in Gelderland kwam

Er zijn Gelderse dorpen die voor het tellen van de eigen voorzieningen geen vingers nodig hebben. Zo niet Megchelen. Het grensplaatsje heeft een opmerkelijk grote vertegenwoordiging in de Gouden Gids.

Er zijn twee cafés, een dierenwinkel, een sportvereniging – die het niet slecht doet in de landelijke competitie -, een tuincentrum, een woonwinkel, een theehuis, een heus paintballcentrum, een verzekeringskantoor, een pedicuresalon, een eigen schutterij, een kinder- en jeugdcircus en… een enorme Ottomaanse duiventil van drie verdiepingen hoog.

Duiventoren circa 1880

In Megchelen is er altijd die grens. Op spuugafstand van het dorp ligt Duitsland. Voor driekwart is het zeven-vierkante-kilometertellende dorp omsloten door ons buurland. De krappe duizend inwoners wonen voor het overgrote deel in het buitengebied. In de natuur, waar ook de campings Aan de bosrand en Het Oostenriek in het seizoen de populatie van Megchelen aanzienlijk laten groeien.

Genesteld tegen de grens ligt Huis Landfort. In 1823 werd het complete landgoed geveild. Johann Albert Luyken bood, gekleed als een eenvoudige boer, op de kavel. Andere bieders namen Luyken niet serieus. Want wat moest een boer hiermee? Niet veel later mocht Luyken zich eigenaar noemen van Huis Landfort, inclusief 49 hectare grond.

De Ottomaanse duiventil

Luyken startte met de renovatie van het landgoed. Architect en landschapsarchitect J.D. Zocher ontwierp de landschapstuin. Hij gaf de Duitser Johann Theodor Übbing opdracht een duiventoren te ontwerpen voor het park.

Het werd een duiventil in oosterse stijl. Dat gebeurde in de achttiende en begin negentiende eeuw veel vaker. Alles wat uit Turkije kwam, was ontzettend hip. Deze rage – ook wel Turkomanie genoemd – leidde tot het opdoemen van voornamelijk Turkse elementen in de beeldende kunst en de mode. In mindere mate zien we het ook in de literatuur, muziek en de ontwerpen van tuinen.

Niet alles wat de kunstenaars en architecten gebruikten, was overigens echt Turks. Het was vooral de hang naar het exotische die ontwerpers en opdrachtgevers hier lieten zien. Dat leverde bijzondere gebouwen op.

In heel West-Europa zien we overblijfselen van die rage. Turkomanie bevatte elementen uit Chinese, Moorse, Tartaarse, Perzische, Arabische of zelfs gotische bouwstijlen. Al met al was het dus een samengeraapt of – vriendelijker gezegd – eclectisch geheel.

De inwoners van de duiventil

Dat zien we ook aan de duiventil. Het bouwwerk is een mengsel van gotische, Turkse, Chinese en Moorse stijlen. Op een van de ontwerptekeningen zijn pagodebelletjes aan de dakrand te zien en is een tweede dak bedekt met een ui-vormig torentje met daarop een Turkse halvemaan. Het bovenste deel van de toren lijkt te zijn bedoeld als uitkijktoren. In een kantlijn leest men op de ontwerptekening: ‘Een zierlijken agtkantigen toorn, tot den menageriebouw beneffens met rasterwerk‘.

Feitelijk diende het gebouw als menagerie en werden er zwanen, ganzen, kippen en fazanten in gehuisvest voor de keuken van de eigenaar. Ook zaten er 164 duivenparen in, waarvan de vruchtbare uitwerpselen dankbaar in de fraaie botanische tuin werden gebruikt.

Oorlogsschade

In 1945 heeft de hele buitenplaats zwaar te lijden gehad onder oorlogsgeweld, zo ook de duiventoren. Het koetshuis is toen onherstelbaar beschadigd geraakt. Na de oorlog werd de duiventoren eerst gerestaureerd tot een middeleeuwse toren en voorzien van een puntdak. Later verdween dit dak en kreeg het gebouwtje de vorm van een soort ruïneuze folly.

Twintig jaar geleden werd de toren aan de hand van oude ontwerpen en foto’s gerestaureerd en herkreeg het zijn Moorse of Ottomaanse uitstraling. Ook is het nu weer mogelijk om in de duiventoren dieren te houden. Alle daarvoor noodzakelijke onderdelen zijn hiervoor aanwezig, inclusief buitenrennen. De toren is vanaf het toegankelijke deel van de buitenplaats uitstekend te zien.

Duiventoren 1999

Huis Landfort

In 2017 werd Huis Landfort gekocht door stichting Erfgoed Landfort die het huis en het park eromheen op termijn open wil stellen voor het publiek. De komende jaren wordt de buitenplaats in oude luister hersteld met een uitgebreide bouwkundige restauratie, herstel van eerdere (foutieve) bouwingrepen en aanpassingen aan de huidige wensen en eisen, zoals verduurzaming.

Na de restauratie zal hier het nationale centrum van de Nederlandse buitenplaatscultuur zijn gevestigd. In de toekomst zal het mogelijk zijn de buitenplaats te bezoeken waarbij het landhuis enkel door groepen op aanvraag te zien is.

De Ottomaanse duiventil in 2020