Rob van Oijen

Het Huis van Van Heek

Het was geen liefde op het eerste gezicht. Integendeel. Toen textielfabrikant Jan van Heek in juni 1912 voor het eerst Huis Bergh bezocht, trof hij een ‘redelijk doch onaantrekkelijk’ kasteel aan. Toch kon hij het Huis niet vergeten. Een maand later kocht hij het landgoed.

Er stond hem een enorme klus te wachten. De vorige eigenaar had het al sinds het midden van de negentiende eeuw te koop staan; Huis Bergh was slecht onderhouden. Het geld was voor Van Heek geen probleem. Met een enorme afzetmarkt in Nederlands-Indië had hij het vermogen om het kasteel te redden van verder verval.

Een portret van Van Heek door Willem Gerard Hofker. Bron: Huis Bergh

Jan Herman van Heek (1873 – 1957) was een Nederlands textielfabrikant, mecenas, kunstverzamelaar en natuurbeschermer. In 1897 richtte hij samen met zijn vader, Gerrit Jan van Heek (1837-1915) een spinnerij en weverij op; inmiddels het derde toonaangevende concern met de naam Van Heek. Met als voornaamste product katoenen stoffen gemaakt voor de export naar Nederlands-Indië.

Zijn verhaal is tot in het kleinste detail vastgelegd in het boek Kunst, katoen en kastelen: J.H. van Heek (1873-1957) van Wim Nijhof. De geheime ingrediënten van het boek zijn de achttien dagboeken, de talrijke notities, 93 schetsboeken en een zeer uitgebreid persoonlijk archief van Van Heek dat Nijhof in mocht zien. Het leverde een ruim vijfhonderd pagina dikke biografie op. Met aandacht voor Huis Bergh en de textielexport naar Nederlands-Indië.

Nederlands-Indië

De Nederlandse textielhandel had in 1824 een enorme boost gekregen met de Nederlandsch-Indische Lijnwadenverordening. Tot dan toe domineerden de Britten de handel, dankzij hun enorme afzetmarkt in de (voormalige) koloniën de Verenigde Staten, India en Australië. Met de verordening werden Nederlandse producenten vrijgesteld van importtarieven voor Java en Madura.

Van Heek in Jakarta, 1895. Bron: Huis Bergh

Om de relaties van Van Heek & Co – de voorganger van het bedrijf dat hij later met zijn vader startte – te leren kennen, bezocht Van Heek Nederlands-Indië in 1896. De reis bezorgde hem twijfels over zijn toekomst. Even was er zelfs het idee om een werkkring te starten op Java. “Voorlopig wil ik dat denkbeeld laten varen,” schrijft hij, “en eraan vasthouden dat ik fabrikant in Enschede word”. Het lijkt er sterk op dat de mening van zijn vader de doorslag gaf tot een terugkeer naar Nederland.

Huizenjacht

Een sprongetje in de tijd. In 1912 had Van Heek zijn eigen fabriek Rigtersbleek goed op de rit. Hij liep tegen de veertig en was toe aan iets nieuws. De natuurgenieter ging op zoek naar een huis. Of beter gezegd: naar een kasteel met een rijke historie. Met een groot stuk land erbij. Via een contact van zijn vader kreeg Van Heek de tip dat Huis Bergh te koop stond. Zijn interesse was gewekt.

Huis Bergh in 1912. Bron: Huis Bergh

Het was een sombere dag in juni. In een onafgebroken regenbui bezocht Van Heek samen met zijn vader en broers het landgoed. Van Heeks enthousiasme werd de kop ingedrukt. De stad, het kasteel en de omgeving kwamen niet tot hun recht. De toestand van het kasteel was niet om over naar huis te schrijven. “Redelijk, doch onaantrekkelijk”, aldus Van Heek. Na een nachtje slapen zette hij de koop uit zijn hoofd.

Champagne

Maar niet voor lang. Blijkbaar bleef het kriebelen; op 1 juli werd er nogmaals afgereisd naar Huis Bergh. De weersomstandigheden konden bijna niet meer verschillen met het eerste bezoek. In de snikhete zon werd er gekeken, gewandeld, gepicknickt en thee gedronken. In en om het huis. Het mooie weer deed het kasteel goed. Van Heek was om.

Een week later kon de champagne open. Voor – omgerekend – 495.000 gulden was Van Heek eigenaar geworden van: 1.253 hectare grond met een kasteel, een schuurgebouw, een poortwoning met schuur, een archieftoren, een gebouw aan de Kaatsbaan, een windkorenmolen en Hotel Montferland. O, en nog een bos met dennen en eiken.

Het trappenhuis van het kasteel in 1918. Bron: Huis Bergh

Opknappertje

Huis Bergh moest alleen nog opgeknapt worden. Binnenmuren waren verzakt, buitenmuren gescheurd. Kozijnen stonden scheef, evenals de vloer. En het lekte er enorm. Of zoals Van Heek het mooi verwoordde: de kamers waren ‘verre van zindelijk’.

In een periode van maar liefst zeventien jaar werd Huis Bergh herstelt in haar oude staat. Naar Van Heeks wens met zoveel mogelijk behoud van het oude. Eind jaren twintig was het kasteel bewoonbaar. Allemaal bekostigd met de verdiensten uit het oosten.

Huis Bergh

Tegenwoordig wordt er getrouwd, gefeest, vergaderd, muziek gemaakt. In Huis Bergh zijn er educatieve programma’s voor scholen, kun je codes kraken in de escape route en is er de mogelijkheid om te overnachten in de kasteeltoren.

En door het jaar heen kun je tijdens openingstijden de persoonlijke kunstcollectie van Van Heek bewonderen. Zo ook in de Maand van de Geschiedenis. Met onder andere een enorme verzameling middeleeuwse kunst: de Collectie Mengelberg. Een aankoop die Van Heek deed in 1919 en waar zijn passie voor de Middeleeuwen ooit mee begon.

Huis Bergh anno 2020. Bron: Huis Bergh