Elmar van de Ree

Gelderlanders en de Koude Oorlog

De Gelderse verhalenwebsite en culturele agenda mijnGelderland haakt aan bij het Erfgoedfestival met oral history interviews en verhalen over de periode 1945-1989. Een periode waarin de vijandigheid tussen Oost (Sovjet-Unie) en West (Verenigde Staten) ook in Gelderland en bij Gelderlanders merkbaar was en indrukken achterliet. De meeste interviews en verhalen in de special zijn afkomstig van de Werkgroep Oral History Gelderland. De special wordt later deze maand nog aangevuld met verhalen uit het project over de Arnhemse Defensiehaven waaraan Erfgoed Gelderland meewerkte voor de Gemeente Arnhem.

Koude Oorlog

De schrijver George Orwell was waarschijnlijk degene die de term ‘Koude Oorlog’ geïntroduceerd heeft in het publieke debat. In een essay in oktober 1945 waarschuwde hij voor een wereld waarin de dreiging van een nucleaire oorlog het leven zou overheersen: een ‘peace that is no peace’, een permanente ‘Koude Oorlog’. In bepaalde zin kreeg Orwell gelijk en de wereld belandde in een (kern)wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Historicus Duco Hellema stelt echter in het Historisch Nieuwsblad dat de Koude Oorlog ‘in veel opzichten de meest aangename periode in de Nederlandse geschiedenis van de twintigste eeuw was’, onder meer dankzij de welvaartsstijging  tussen 1945 en 1989. Toch zijn de massale anti-kruisraket demonstraties het eerste waar veel Nederlanders aan zullen denken bij ‘Koude Oorlog’ in relatie tot Nederland. Hoe zat het nu echt? Hoe beleefde ‘de gemiddelde Nederlander’ de Koude Oorlog? Met dank aan de Werkgroep Oral History Gelderland (WOHG) kunnen we hier voor wat betreft de gemiddelde Gelderlander een voorzet voor geven. Zij interviewden een aantal Gelderlanders over hun herinneringen aan de Koude Oorlog.

Blik noodbiscuit volgens receptuur van het Ministerie van Landbouw en Visserij. Maran Olthoff CC-BY-NC-SA.

Diensttijd in de Koude Oorlog

Henny Kers uit Lochem, bijvoorbeeld. In zijn jeugd in Lochem was er altijd “een bepaalde angst dat de Russen zouden komen”. Hij vertelde aan de WOHG over zijn diensttijd bij de ‘Bescherming Bevolking’: een organisatie voor de civiele bescherming van burgers in oorlogstijd, met zo’n 150.000 man (vrijwilligers en beroeps) in dienst. Henny is niet onverdeeld positief over ‘de BB’ en de voorlichtingscampagnes over hoe te handelen bij een atoomoorlog: “Iedereen moest in die tijd ook een noodrantsoen in blik aanschaffen en je kreeg allemaal van die papieren waar krankzinnige dingen in stonden zoals dat je bij gevaar onder de trap of onder de kruipruimte moest kruipen. Onzinnig.” Afsluitend: “Ach, het was een idiote tijd”.

Tjeerd de Vries (1937) beoordeelt zijn diensttijd achteraf wat positiever: “De militaire dienst heeft grote indruk op me gemaakt. Ik heb er zoveel ervaring opgedaan. Die kon ik goed gebruiken toen ik als twintigjarige in het werkleven begon.” Hij was acht maanden als veerman gestationeerd aan de Gelderse kant van de IJssel bij een Defensiehaven van de IJssellinie. De oorlogsdreiging werd er vooral concreet bij de oefeningen: voordat de grote, drijvende caissons op de goede plek werden gevaren, werd er grote stalen netten gespannen in de rivier. “Die netten waren nodig om eventuele mijnen van de vijand op te vangen, die anders tegen dat caisson aan zouden drijven.”

Oefening ophangen zware metalen netten om vijandelijke mijnen tegen te houden. Foto uit de privécollectie van Tjeerd de Vries.

Van Oost naar West en andersom

Waar de een, zoals Henny Kers, het dus beleefde als “een idiote tijd”, was de Koude Oorlog voor de ander vooral de harde werkelijkheid. Galina Gavrilova (1959) woont inmiddels twintig jaar in Wageningen, maar groeide op in het communistische Tsjetsjenië. Ook op de kleuterschoolfoto mocht er daar geen twijfel over bestaan in wiens geest geleefd moest worden. Ook later op school werden kinderen als Galina ‘’opgeleid tot communist’’: “we leerden dat ons land beter was dan de kapitalistische landen. Over Amerika hoorden we negatieve verhalen. Daar waren zwarte mensen die echt arm waren en witte rijke mensen die niets deden om die situatie te verbeteren”. Na het uitbreken van de tweede Tsjetsjeense Oorlog, tien jaar na de val van de Muur, vluchtte Galina naar het veilige Nederland en kwam in Wageningen terecht.

Galina ontvluchtte het Oosten dus uiteindelijk, waar anderen middenin de periode van de Koude Oorlog juist vanuit Gelderland richting het Oosten trokken. De Achterhoeker Arend Heideman (1948) uit Gelstar bijvoorbeeld. Hij reisde in 1981 uit interesse voor de onvrijheid in het Oosten met een vriend naar Moskou, zeker in die tijd een bijzondere reis: de postbode vertelde het zelfs rond in het dorp “d’r is d’r noe ene oet Gelster naor Moskou hen”. Heideman werd ook gevraagd lezingen te geven in de omgeving – de toerist als bezienswaardigheid. Hij stopte er echter snel weer mee: “Wat ik vertelde kon men immers ook in de krant lezen”.

De vijfjarige Galina Gavrilova (voorste rij middenin, onder het portret van Lenin) op de kleuterschool/kinderopvang. Foto uit de privécollectie van Galina.

Afsluiting

Kortom: er komt een heel divers beeld naar voren uit de special. De vraag hoe beleefde ‘de Gelderlander’ de Koude Oorlog: als ‘peace that is no peace’ of toch meer als een van de meer aangename periodes uit het leven? zal nooit te beantwoorden zijn. Maar met deze special is er weer een heel divers palet aan persoonlijke ervaringen aan de beantwoording toegevoegd.

Alle verhalen lezen? Kijk op mijnGelderland: https://mijngelderland.nl/specials/koude-oorlog

Heideman heeft Moskou bereikt, 1981. Foto uit privé-archief Heideman.