Lynn van Ewijk

Duits en dus verdacht

Wat als je naar een ander land verhuist, daar je leven opbouwt en je vaderland je nieuwe thuis binnenvalt? Dit overkwam de kunstenaar Jac Maris (1900-1996), nadat hij op jonge leeftijd van Duitsland naar Nijmegen verhuisde. De Eerste Wereldoorlog was in volle gang. De Tweede zou nog volgen. Die oorlog kreeg een grote invloed op zijn persoonlijke leven én op zijn carrière.

Van Duitsland naar Nederland

Op zeventienjarige leeftijd heeft Maris nog een heel leven voor zich. Hij laat Duitsland achter zich en wil zich volledig richten op de kunst. Met de Eerste Wereldoorlog nog vers in het geheugen bouwt hij zijn leven op in Nederland.

Van kleins af aan staat Maris in verbinding met de kunsten. Zijn opa en oudooms waren gerenommeerde kunstenaars en medeoprichters van de Haagse School. Het kunstenaarschap stroomt door zijn aderen. Zelf wil hij ook kunstenaar worden, maar zijn familie is tegen. Zijn oudoom wil niet dat hij in de schaduw van zijn voorouders staat. Zijn vader is bang voor het onzekere bestaan dat gepaard gaat met het kunstenaarschap.

Portretfoto van Jac Maris. Bron: Ateliermuseum Jac Maris

Toen duidelijk werd dat de kleine Maris niets liever wilde, mocht hij in de leer bij de kunstenaar Achilles Moortgat in Kleef. Hier ontdekt hij zijn passie: beeldhouwen. Niet veel later reist hij heel Europa door. Maris leert veel en maakt kennis met andere kunstenaars. Uiteindelijk ontwikkelt Maris een eigen stijl die hij door de jaren heen blijft vernieuwen.

Geruchten

Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, woont Maris al een aantal jaar in Heumen. Hij heeft weliswaar de Nederlandse nationaliteit, maar spreekt goed Duits. Dat leidt ertoe dat sommige inwoners zich zorgen maken over zijn positie in deze onzekere tijd. Er gaan geruchten rond dat hij aan de kant van de Duitsers staat en ze van informatie voorziet.

Dr. Leo Ewals is conservator van het Ateliermuseum Jac Maris en zet zich in voor het behoud van Maris’ erfenis. Volgens hem kwamen deze beschuldigingen pas achteraf aan het licht. “Uit verschillende documenten en verhalen wordt duidelijk dat Maris bij het verzet zat. Hij vervalste – net als andere kunstenaars – stempels en hielp verschillende mensen aan onderduikadressen”, legt Ewals uit.

Die beschuldigingen over collaboratie met de bezetter werden geuit vanaf september 1944, toen Heumen werd bevrijd. Ewals: “Dat was natuurlijk bijzonder pijnlijk voor Maris die zoveel geriskeerd had in het verzet.”

Ewals heeft onderzoek gedaan naar de situatie waar Maris in verkeerde gedurende de oorlog. “In de maanden na de bevrijding hebben vele verzetsmensen uit de regio brieven geschreven, waarin ze de verdiensten van Maris opsomden en hem vrijpleitten. Er is ook een officieel onderzoek gedaan door de Nederlandse politie. De conclusie: er was geen reden voor justitiële vervolging.”

Onthulling van het Monument voor de gesneuvelde Nederlandse militairen uit de Tweede Wereldoorlog op 5 mei 1951 op Plein 44 in Nijmegen. Bron: Ateliermuseum Jac Maris

Herdenkingsmonumenten

Het leed waar het hele land mee te maken had, zorgde voor een kantelpunt in zijn carrière. Zijn werk als verzetsman wordt uiteindelijk beloond: Maris wordt gevraagd om verschillende herdenkingsmonumenten te maken. “Maris was hoofd van het verzet in de gemeente, hij had dus veel contact met verzetsmensen uit de regio. Aangezien veel monumenten werden geïnitieerd vanuit diezelfde kring, was de keuze voor Maris niet zo verwonderlijk.”

De oorlog had diepe sporen nagelaten. Langzaam krabbelde iedereen weer op en het herdenken werd een belangrijk onderdeel van het nieuwe leven. “Na de oorlog speelden er echter ook andere motieven. Je moet er niet aan denken dat een opdracht voor een verzetsmonument zou gaan naar een collaborateur of NSB’er. Dus was de keus voor Maris in dubbel opzicht verantwoord.”

Verwerking

De monumenten zijn voor de kunstenaar een manier om deze periode af te sluiten en zijn eigen verdriet, het verlies, maar ook de overwinning een plek te geven. Ewals: “Hij kende de spanning die verzetsmensen voelden tijdens hun rebellie tegen de Duitsers. Een monument waaruit de dankbaarheid spreekt van de nabestaanden had voor hem dus een extra betekenis. “

De rust keerde terug in Heumen en de waardering voor Maris groeide. Maris werd in 1947 gekozen tot voorzitter van de GOIW, de Gemeenschap van Oud Illegale Werkers en in 1951 werd hij erelid. “Toch zijn de geruchten in het dorp nooit geheel verdwenen”, meent Ewals. “Die zijn overigens nooit serieus genomen door de bestuurders. Dat bleek wel toen Maris in 1978 tot eerste ereburger van Heumen benoemd.”

Het Marishuis te Heumen. Bron: Ateliermuseum Jac Maris

Ateliermuseum Jac Maris

Het eigendom van Maris wordt bewaard in Heumen. In 2003 opende het Ateliermuseum Jac Maris. Het is een plek waar de tijd stil is blijven staan. Het atelier – met een groot aantal beeldhouwwerken, tekeningen en keramische werken van Maris’ hand – is intact gebleven en onaangeroerd. Zijn jas en baret hangen eenzaam aan de kapstok. Het voelt alsof Maris hier ieder moment binnen kan stappen om zijn werk weer op te pakken.