Erfgoed Gelderland

De Indische Tentoonstelling van 1928 in Park Sonsbeek

Door: Kees Huntink

Zeer trots was het Koninkrijk der Nederlanden op de overzeese bezittingen van begin twintigste eeuw. En de daarbij behorende positie binnen de Europese koloniale wedloop. Nederland was meer dan drassige polders en molens die flets afstaken tegen een grauwe hemel, vond men. In 1928 kwamen de Oost en de West naar Gelderland. Arnhem was getuige van een enorme Indische Tentoonstelling waarover nog lang werd nagepraat.

De dames Carolina van Lieberherr en Petronella Lapar van het Maria-patronaat te Paramaribo vervaardigen Panama-hoeden van stro tijdens de Tentoonstelling. Bron: Gelders Archief.

Eerste plannen

Jaren voordat de tentoonstelling daadwerkelijk plaatsvond, bestonden er al concrete plannen voor een expositie in park Sonsbeek, waarbij ‘aan het publiek gelegenheid wordt gegeven om kennis te nemen van producten onzer koloniën, kunstvoortbrengselen van hare bewoners en daarnevens, zij het ook in bescheiden vorm, van hunne levenswijze’. Het initiatief kwam van de Koninklijke Vereeniging Oost en West: een landelijke organisatie met als doel de band tussen Nederland en haar koloniën te versterken.

Definitieve doorgang

Eind 1926 besloot de vereniging van de plannen af te zien omdat ‘de belangstelling van de inwoners der Gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden voor de (…) Indische tentoonstellingsplannen verre bleef beneden een uiterste minimum’. Niet lang daarna werden de plannen alsnog doorgezet, onduidelijk is waarom toen opeens wel. Hoe dan ook: er kwam een begroting, een plattegrond en een verzameling tekeningen van vlaggen en vaandels. Vooral deze tekeningen waren niet altijd even duidelijk. “Het is te hopen dat in werkelijkheid de voorwerpen beter te zien zullen zijn dan op de tekeningen. Het lijkt wel een schimmenspel”, krabbelde een wethouder onderaan de documenten.

Een ‘schimmenspel’ van tekeningen. Bron: Gelders Archief.

Er vond in de aanloop naar de tentoonstelling uitvoerig getouwtrek plaats over de brandveiligheid van het theater. Archiefstukken laten zien dat de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken zich met de drankvergunning bemoeide en niemand mocht de dansvloer op tot er een lijst van scherpe regels was opgesteld. “De dansenden moeten zich na het einde van iedere dans onverwijld naar hunne zitplaatsen begeven.”

Paviljoens, restaurants en een dansvloer

Het evenement vond plaats in de zomer van 1928 en werd enorm druk bezocht. Hooggeplaatsten als gouverneurs, ministers en koningin-moeder Emma legden een bezoek af. In speciaal gebouwde paviljoens en in Kasteel Zypendaal waren tentoonstellingen te zien. Daarnaast waren er Indische restaurants en werden Indische dans-, muziek- en toneelvoorstellingen opgevoerd. Vooral de Molukse Zeetuin – een expositie met allerlei flora en fauna uit Indonesische wateren – trok veel bekijks. Verschillende gebouwen werden nagebouwd of naar Nederland verscheept, zoals een Batakhuis (een huis op palen) en een zogenaamde koeliewoning (ongeschoolde arbeiders uit Azië werden destijds ‘koelies’ genoemd).

Op de tentoonstelling waren ook inheemse mensen aanwezig uit Suriname en Indonesië. Zij gaven demonstraties van plaatselijke ambachten in de koloniën, zoals manden vlechten. Ze kregen onderdak in het huidige Museum Bronbeek, de plek waar fotografe Suzanne Liem dit jaar voor het Erfgoedfestival resideerde.

Een betere Nederlander

Entreeprijzen van de tentoonstelling werden bewust laag gehouden om een zo groot mogelijke groep bezoekers te verleiden naar park Sonsbeek af te reizen. Het doel was namelijk meer belangstelling te wekken voor de koloniën en daarmee het bewustzijn van het belang van deze bezittingen te benadrukken.

In de Nieuwe Rotterdamsche Courant werd de tentoonstelling als noodzakelijk gezien om antikoloniale geluiden de kop in te drukken: “Wij wenschen dan ook niet meer lijdelijk aan te zien, dat ons goedwillend Nederlandsch bestuur daarginds wordt gelasterd en onze inzettingen uit onkunde, naijver en vijandschap beklad.”De Graafschapbode meldde dat, omdat Indië zo belangrijk was geworden voor Nederland, het ieder zijn plicht was de tentoonstelling te bezoeken “en als beter Nederlander naar huis terug te keeren!”

Problematiek

Opvattingen over kolonialisme zijn vandaag de dag geenszins meer vergelijkbaar met die van destijds. Daarom vallen direct verschillende dingen op wanneer men met een tegenwoordige blik naar de tentoonstelling kijkt. Er wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept over de bloederige militaire campagnes die Nederland in Indonesië organiseerde om nieuwe gebieden te veroveren of de greep op al bestaande bezittingen te vergroten. Daarnaast kwam er geen enkel bezwaar tegen de mensen die uit de koloniën naar Nederland werden gehaald om daar in traditionele klederdracht verschillende ambachten te demonstreren. Niet als eigen persoon, maar als ‘Javaan’ of ‘Molukker’, onderdeel van de tentoonstelling.

De dochters van dhr. Huges (van de Vereeniging Oost en West) buigen lichtjes bij het aanbieden van de bloemen aanbieden aan koningin-moeder Emma. Bron: Gelders Archief.

In het beeldmateriaal van de tentoonstelling zie je ook de koloniale verhoudingen terug. Wanneer de witte dochters van dhr. Huges (van de Vereeniging Oost en West) bloemen aanbieden aan koningin-moeder Emma, buigen zij slechts lichtjes. De Indonesische vrouwen die even later hetzelfde doen, leggen zich knielend aan haar voeten. Hoewel dit met meerdere factoren te maken gehad kan hebben, maakt het een verschil duidelijk tussen wit en zwart. Tussen kolonist en gekoloniseerde.

De Indonesische vrouwen leggen zich knielend neer aan de voeten van koningin-moeder Emma. Bron: Gelders Archief.

Gelders Archief

Dit verhaal schreef Kees Huntink met behulp van de collectie van het Gelders Archief in Arnhem. Zij beheert archieven en historische collecties en stelt die beschikbaar voor een breed publiek. In de studiezaal en via de website is dit waardevolle historische materiaal voor iedereen in te zien en te gebruiken.