Rob van Oijen

De edele kunst van het conserveren

Hoe schatten uit de Nijmeegse bodem veilig worden gesteld

Zijn specialiteit: alle verschillende metaalsoorten. Maar Floris Reijnen van het Archeologisch Depot van de gemeente Nijmegen is ook goed met hout, leer, keramiek, glas, steen. Nadat een collega-archeoloog een voorwerp uit de grond heeft gehaald, is het de uitdaging voor Reijnen om het zo goed mogelijk te conserveren. Van dakpannen van de legerplaats van het Tiende Legioen – het oosten – tot potscherven uit de stad Ulpia Noviomagus – het westen.

“De bodem van Nijmegen zit voor ons niet mee. Het bestaat voornamelijk uit geel, open zand. Dat betekent dat er veel zuurstof bijkan en dat er veel spoeling is van regenwater. Het gevolg: roestend ijzer en textiel dat vergaat. Het tegenovergestelde van de situatie in bijvoorbeeld Leiden, waar de grond bestaat uit dikke, zuurstofarme klei.

Conservering

Ik ben opgeleid als metaalrestaurator. Metaal is het zorgenkind in het archeologisch onderzoek, al zijn de niet ijzeren metalen – brons, tin, lood en koper – goed te conserveren. Verder komen we met name hout, leer, keramiek, steen, glas en textiel tegen. Maar de grootste bulk bestaat uit ijzer.

Nadat een archeoloog voorwerpen uit de grond heeft gehaald, is het onze taak om ervoor te zorgen dat de staat ervan vanaf dat moment niet meer achteruit gaat. Tegelijkertijd willen we er een tijd aan geven: uit welke periode is dit ding afkomstig? Alle stukken worden vervolgens bewaard in het archeologisch depot van de gemeente. Het is het fundament van al onze onderzoeken.

Archeologische vondsten uit een graf. Bron: Archeologisch Depot van de gemeente Nijmegen

Expositie

Sommige stukken worden geselecteerd om tentoongesteld te worden. Veel van ons werk is te zien in Museum Het Valkhof, maar we laten ook regelmatig iets zien in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis en tijdens onze jaarlijkse open-depotdag.

Besluit je tot de expositie van een voorwerp, dan is het de vraag: wat wil je het publiek laten zien? Besluit je om het voorwerp te tonen zoals je het – bij wijze van spreken – gevonden hebt in grond? Of herstel je de scheuren en ontbrekende stukken? Op dit moment zie je dat die laatste optie vaak wordt uitgevoerd in een totaal ander materiaal of kleur, om te benadrukken wat origineel is en wat niet.

Dezelfde grafgiften, voor de restauratie. Bron: Archeologisch Depot van de gemeente Nijmegen

Tijdperken

Toen archeologen begonnen met het graven in de Nijmeegse bodem, richtten ze zich op delen van de stad met sporen van de Romeinse tijd. Na de oorlog kwam er meer belangstelling voor de tijd na de middeleeuwen. Pas zo’n 35 jaar geleden groeide de belangstelling voor de sporen uit de Tweede Wereldoorlog. Momenteel is de archeologie van die periode uitgegroeid tot een specialisatie binnen de archeologie.

Toch zijn de meeste en grootste opgravingen in Nijmegen die van de Romeinse legerplaatsen, grafvelden en de stad Ulpia Noviomagus. Dat merk je ook aan de kennis over materiaal uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw: daar weten we relatief weinig over. Daar is simpelweg minder diep op ingedoken.

We vinden ook stukken van voor de Romeinse tijd. Voorwerpen uit de ijzertijd, de bronstijd en de prehistorie. Of van net na de Romeinen, zoals de Merovingische grafvelden in Lent uit de zesde en zevende eeuw. Waar we weer uiterst weinig van vinden is van het middelste gedeelte van de Middeleeuwen.

En de grafgiften, na de restauratie. Het resultaat is te bezichtigen in Museum Het Valkhof. Bron: Archeologisch Depot van de gemeente Nijmegen

Identiteit

Het is belangrijk dat we goed zorg dragen voor ons erfgoed. Elk kannetje, elk potje – hoe klein ook – draagt bij aan een complete identiteit voor een bevolking. Zonder die identiteit, mis je echt iets. Het draagt bij aan de opvoeding van een land. Je ziet het ook bij landen die compleet zijn leeggeroofd, denk aan Egypte of Afghanistan, dat ze op een zeker moment alles weer terug willen halen. Dezelfde hunkering die je hebt als er nooit foto’s van je zijn bewaard: je wil terug kunnen kijken.

Die voorliefde om voorwerpen terug te brengen in de oude staat zat er al vroeg in. Aan het eind van de lagere school kocht ik mijn eerste oude boot, die ik probeerde te herstellen in de oorspronkelijke situatie. Er volgde daarna nog meer boten. Zodra ik een voorwerp in handen krijg, probeer ik het verval vanaf dat moment te vertragen. Ik zie mezelf als een tijdelijke oppasser. Als ik het doorgeef, voelt de volgende eigenaar hopelijk diezelfde verantwoordelijkheid.”

Tijdens de Maand van de Geschiedenis zijn er in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis archeologische vondsten te zien, die Nijmeegse archeologen in het oosten – de legerplaats van het Tiende Legioen – en in het westen – de stad Ulpia Noviomagus – hebben gevonden. Daarnaast is er een wandelroute beschikbaar, die leidt van oost naar west in de Romeinse tijd.

Heb je interesse in meer dan de Romeinse tijd: Er is ook een gezamenlijk wandelroute door het centrum van Nijmegen over alle historische perioden. Van Romeins tot en met de wederopbouwperiode na de oorlog.

Dit alles mits de coronacrisis het toelaat. Kijk op de website van 024geschiedenis voor actuele berichtgeving rondom het programma. Daar zijn ook de routes digitaal beschikbaar.