Rob van Oijen

Bestudeer het verleden, om samen verder te gaan

Hoe we hardnekkige vooroordelen de kop in kunnen drukken

Nadine van Maasakker – Robertus is klein van stuk, geboren en getogen op Curaçao en bijna dertig jaar woonachtig in Nederland. Discriminatie aan diverse kanten is haar niet vreemd. Haar boodschap: leer het verleden kennen. “Want gisteren helpt ons om te begrijpen wat er vandaag gebeurt, zodat we samen vorm en inhoud kunnen geven aan morgen.”

Sinds begin 2019 organiseert Nadine met haar stichting SAAM activiteiten om de ander en jezelf beter te leren kennen. Regelmatig met een Caribisch-Nederlandse insteek. Rob van Oijen sprak haar over vooroordelen, discriminatie en toenadering.

Nadine is geboren in Curacao en doorliep daar het vwo. Toen ze ging studeren, wilde ze naar de Hoge Hotelschool in Den Haag. Ze kwam door de selectieprocedure en mocht dertig jaar geleden het vliegtuig pakken naar Nederland. Ondanks dat ze tijdens haar studie – we schrijven begin jaren negentig – en ook daarna veel te maken kreeg met hardnekkige vooroordelen, benadert ze de wereld vanuit een open perspectief.

Wat werd er dan zoal tegen je gezegd?

“Enkele Nederlandse studiegenoten vroegen grappend of we op Curaçao in bomen woonden. Ik had mijn antwoord op een gegeven moment al klaar: ‘Jazeker, derde boom van links, eerste tak rechts’.”

Hoe ging je daarna om met diezelfde studiegenoten?

“Een van de jongens die daaraan meedeed, besloot zijn stage te gaan volgen op Sint-Maarten. Ik vond het heel opmerkelijk dat hij daarnaartoe ging, ondanks dat hij mij en medestudenten uit het voormalige Antillen vaak op een vervelende wijze bejegende vanwege onze afkomst. Ik had niet veel sympathie voor hem, maar besloot hem toch een brief te sturen. In klare taal en vrij direct wenste ik hem toe dat hij zonder vooroordelen naar het eiland zou vertrekken. Open minded.”

En zijn reactie was…?

“Die jongen ging vervolgens op stage, en toen hij terugkwam vroeg hij me om eens met elkaar te praten. Sindsdien verdedigde hij ons vaak als er een keer weer een opmerking in de klas werd gemaakt. Dat ben ik nooit meer vergeten.”

Nadine van Maasakker. Bron: Radboudumc

Toen ze ging solliciteren na afronding van de Hotelschool, werd ze er wederom aan herinnerd dat ze klein, vrouw, getint of Curaçaos was. Na verloop van tijd was Nadine het beu. Binnen tien minuten maakte ze haar statement: ‘Groeien doe ik niet meer, ik neem geen chloorbad en ik laat me ook niet ombouwen’.

“Soms zit er ook geen kwade bedoeling achter zit. Begin dit jaar liep ik richting mijn werk. In het voorbijgaan groette ik een collega en we maakten een grapje. Een ouder echtpaar was in de buurt. Opeens zegt de man van het stel: ‘Die bruintjes lachen ook altijd zo’. Zo’n opmerking bezorgt me gemengde gevoelens. Die man keek erg vriendelijk, was zich van geen kwaad bewust. Ik snap hoe hij het bedoelde, maar ondertussen voelde dit niet lekker. Alsof lachen het enige is wat we doen. Het beeld van de lachende, altijd vrolijke zwarte persoon doemde bij mij op. Het gaat in dit geval om de formulering.”

Zie je in dit opzicht een verschil met de jongere generatie?

“Soms wel. Ik zie veel verbindingen op straat. Donkere en blanke kinderen die samen spelen. Laatst hoorde ik een scooter aankomen met harde muziek. Ik hoorde de straattaal er doorheen, een mix van onder andere Sranan of Surinaams en Papiaments. Bleek het gewoon een blanke jongen te zijn.”

Maar…

“Nou, de optimist in mij zegt dat er zeker een verbetering gaande is. Maar de realist ziet ook een zekere vorm van verharding. Laatst fietste ik, samen met mijn elfjarige zoon, blijkbaar te langzaam voor een scooter achter me. ‘Aap! Ga opzij!’, kreeg ik naar mijn hoofd. Daar komt bovenop dat de polarisatie in het maatschappelijke debat er in de media het meest wordt uitgelicht.”

Loop je wat dat betreft makkelijker rond in het Caribisch gebied?

“Vooroordelen zie ik aan beide kanten. Vorig jaar gaf ik een poetry performance. Toen ik aangekondigd werd en het podium op stapte, hoorde ik een vrouw in het Papiaments zeggen: ’Hoe kunnen ze die vrouw nou het verhaal laten vertellen over Mama Afrika en haar kinderen in de diaspora?’ Ik was volgens haar niet ‘bevoegd’ om daar over te praten, omdat ze blijkbaar op basis van mijn uiterlijk en naam dacht dat ik niet Antilliaans genoeg was.”

Hoe brengt jouw stichting SAAM daar verandering in?

Door laagdrempelige activiteiten, projecten en initiatieven in het algemeen maar met een Caribisch Nederlands tintje in het bijzonder waar iedereen welkom is. Soms in de vorm van infotainment, zoals onze poëziefestivals waar oost en west elkaar ontmoeten. Maar ook op het gebied van educatie, ontwikkeling en empowerment. Denk aan lezingen, workshops en coaching. Of gastlessen op scholen over ons gedeeld slavernijverleden. Als mensen van diverse achtergronden elkaar ontmoeten, dan leren ze elkaar al een beetje kennen. In de context van de diverse onderdelen van onze activiteiten raken ze nog meer met elkaar in gesprek en leren ze meer van elkaar waardoor er meer aandacht voor elkaars overeenkomsten en begrip voor elkaars verschillen kan ontstaan.”

Het lijkt me lastig om de groep mensen met de meest hardnekkige vooroordelen bij je evenementen te betrekken.

“Ze zitten nu al wel in de zaal, hoor. Tegelijkertijd is het de vraag: hoe gepolariseerd wil je ze hebben? Je zoekt naar een balans in het ontmoeten van mensen met verschillende meningen. Je wil dat je publiek op een gezonde manier elkaar kan ontmoeten en in gesprek met elkaar kan gaan. Er moeten tijdens bijeenkomsten geen glazen door de lucht gaan vliegen. Daarnaast is het ook de vraag met welke intentie iemand een activiteit bezoekt. In 2021 staat bijvoorbeeld een debat over huidskleur hiërarchie op de agenda, naar aanleiding van de film Shadow of colour (Sombra di koló). Met zo’n onderwerp heb je kans om verschillende meningen bij elkaar te brengen en wellicht ook dichter tot elkaar te komen.”

Als je het hebt over het Caribisch gebied en Nederland, dan kom je ook uit bij het slavernijverleden. Hoe gaan we daar nu mee om?

“De aandacht voor slavernij neemt een hele vlucht, denk aan het mooie project Sporen van slavernij in Gelderland, het Rijksmuseum die een prachtige tentoonstelling aan het voorbereiden is, straten in Amsterdam, Utrecht en Rotterdam die naar Tula vernoemd zijn en iets meer aandacht voor slavernij tijdens geschiedenislessen op sommige scholen. Heel goed om te zien, maar in het algemeen kan het nog beter. Relativeren is bijvoorbeeld niet op z’n plaats en dat zie ik soms wel gebeuren.”

De kunstenaar Edsel Selberie gaf Tula in 2012 een gezicht. Bron: Edsel Selberie

Waar doel je op?

Er zijn mensen die vinden dat er te veel emotie bij gemoeid is. Of dat het niet nodig is om bijvoorbeeld de vrijheidsstrijd van Tula en de zijnen te herdenken. Soms wordt literatuur gepresenteerd als ‘hèt gezaghebbende boek op dat terrein’, zoals het boek van emeritus-hoogleraar Pieter Cornelius Emmer: Geschiedenis van de Nederlandse slavenhandel. Ik wil het nog heel graag lezen, want de recensenten van de NRC en de Volkskrant gebruikten woorden zoals ‘relativering’ en ‘feitenrelaas vol nuanceringen’. Het intrigeert me omdat ik me afvraag wat er wordt gerelativeerd en genuanceerd? Zit dat misschien in het feit dat delen van de Afrikaanse bevolking ook meegeholpen hebben bij de trans-Atlantische slavenhandel, waardoor de rol van Nederland iets afgezwakt moet worden? Dan denk ik: als ouders een kind mishandelen, betekent het toch ook niet dat als jij langsloopt jij dat kind ook een mep mag verkopen? Of zit de nuancering en relativering in het feit dat ook andere landen een rol hebben gespeeld in de slavenhandel, waardoor de rol van Nederland niet zo erg is? Mag je dan ook stelen omdat je buren het doen?”

Wat is de juiste benadering?

Een mogelijkheid is om meer kennis en informatie te vergaren. Hoe meer we weten, hoe beter we het kunnen verwerken. Je wil erkenning van wat er gebeurd is en vervolgens herkennen wat de gevolgen daarvan zijn in de hedendaagse samenleving. Daarna kun je verkennen hoe de toekomst er mogelijk uit moet gaat zien, willen we een gelijkwaardige maatschappij stichten. Het is van belang dat mensen een goed onderscheid kunnen maken tussen feiten, conclusies en meningen. Op die manier dat je zelf een inzicht kunt krijgen, zonder dat je onbewust een mening van iemand als feit overneemt.”

Hoe zie je die toekomst?

“We maken nu hele kleine muizenstapjes. Ik ga het niet meer meemaken dat discriminatie en racisme voorgoed uitgebannen zijn. Ik hoop wel mee te gaan maken dat bepaalde issues opgelost zijn. Met meer dialoog en meer verbinding. Wat ik graag wil meegeven: zie elkaar als mens! Kijk elkaar aan en zeg: Kijk me aan, kijk me echt aan. Ik lijk niet op jou maar we zijn wel gelijkwaardig. Plak geen etiket op mijn voorhoofd op basis van jouw eigen mening en wereldbeeld. Doe mij en jezelf een lol; gun jezelf de kans om me te leren kennen en me in mijn waarde te laten.”

Op 17 oktober organiseert SAAM een bijeenkomst met een drietal performances waarbij oost en west dichterbij bij elkaar komen. Met bijdrages van Inorca Rudolph, Else Gootjes, stadsdichter Wout Waanders en Barbara Esseboom. Laatstgenoemde ging in de archieven op zoek naar haar Surinaamse voorouders. Daarnaast is er aandacht voor onderzoek naar het slavernijverleden.