Rob van Oijen

Alina en Johanna uit Banana

Hoe twee Congolese wezen in Neerbosch belanden

Neerbosch moet een grote indruk op ze hebben gemaakt. Alina en Johanna Klein zijn respectievelijk zeven en tien jaar oud als ze aankomen op het terrein van de weesinrichting. Zo’n duizend kinderen verblijven op dat moment in dit zelfvoorzienende kinderdorp. Met aparte gebouwen voor jongens, voor meisjes en voor het personeel. Met een boerderij, een tuinderij, een ziekenhuis, een drukkerij – een van de grootste van Nederland -, een kapel. En een eigen kerkhof.

De twee zussen vallen op in het dorp. Alina en Johanna zijn geboren in Banana; een kustplaats aan de monding van de rivier de Congo. Er is een Nederlandse handelspost gevestigd, waar Gerhardes Jelles Klein uit Veendam waarschijnlijk werkzaam is. Er wordt met name gehandeld in rubber, maar daarnaast ook in kruiden. Gerhardus ontmoet er zijn vrouw. Haar naam is onbekend, de archieven spreken over ‘eene Afrikaanse Inlandse vrouw’. Ze krijgen twee kinderen: Alina en Johanna.

De wasserij van Neerbosch met Alina Klein in ’t zwart gekleed, zonder schort of muts.
Foto: Wilhelm Ivens. Bron: Van ’t Lindenhoutmuseum

Neerbosch

Gerhardus ziet zijn oudste dochter nog net tien jaar worden. Een maand later overlijdt hij, in Banana. Opa Jelles Benes Klein neemt de zorg voor zijn twee kleindochters op zich. In Nederland. Het is onduidelijk waarom de kinderen niet bij hun moeder of in Congo blijven.

Johanna en Alina komen na hun reis al snel in Neerbosch terecht. Het is gissen waarom. Misschien omdat opa al op leeftijd is, misschien omdat hij twee zwarte kinderen als ongewenste curiosa zag. Het feit dat hij schipper was – en dus veel van huis – zal ook een rol hebben gespeeld. Het archief meldt een schenking van Jelles aan de weesinrichting van bijna negenhonderd gulden.

Een nieuw land, een nieuw thuis. En nieuwe namen: op Neerbosch gingen ze door het leven als Jo en Lina. De twee zussen moeten in die eerste jaren veel aan elkaar hebben gehad. Des te pijnlijker is het bericht in weekblad Het Oosten van 5 december 1894:

“Lina Klein, geboren aan de Congo in Midden-Afrika. Sedert zij voor twee jaren de influenza gehad heeft, is zij nooit meer sterk geworden en is blijven hoesten. Langzaam namen haar krachten af en stil is zij heengegaan”.

Het zangkoor van Neerbosch omstreeks 1893, met rechts Alina. Bron: Van ’t Lindenhoutmuseum

De elfjarige Alina wordt begraven op het Neerbossche Weezenkerkhof.

Hoog bezoek

Het archief vertelt goddank ook momenten van geluk. Op 19 mei 1895 ontvangt Neerbosch hoog bezoek. Koningin-regentes Emma wil graag Neerbosch zien. Ze bezoekt de school, de werkplaatsen en de slaapzalen. Johanna heeft bij het vertrek de eer om een boeket bloemen aan de Koningin-regentes te schenken, met het verzoek die te overhandigen aan de minderjarige koningin Wilhelmina.

Op 15 april 1901 vertrekt Johanna naar het dorp Heinenoord op het Zuid-Hollandse eiland de Hoeksche Waard. Ze wordt dienstmeisje bij de familie van Klaas Louter en Anna Catharina Bornkamp, woonachtig op de buitenplaats Hof van Assendelft. Ongeveer een jaar na de komst van Johanna wordt hun zoon Pieter geboren.

Johanna op rechts in de broodkamer van de inrichting. Bron: Van ’t Lindenhoutmuseum

Trouw

In 1944 overlijdt Johanna Klein. In Het Oosten heeft de toenmalige directeur Ds. Kluin lovende woorden voor haar.

“…Ik heb er altijd zoo groote bewondering voor, als ik zie hoe velen reeds jarenlang hun blijken van belangstelling aan onze inrichting toezonden en dat nog altijd trouw doen.

„Trouw” is een eigenschap, die altijd meer dan goud waard is. In onze tijd zeker niet minder dan in andere tijden! Deze woorden gelden ook de persoon van Zuster Johanna Klein, die 32 jaren lang aan het Diaconessenhuis te Haarlem verbonden was en wier plotseling heengaan ons deze week werd bericht. Zij heeft jarenlang geleden te Neerbosch vertoefd en telde dus mee onder de oudweezen.

Zij gevoelde ook altijd nog veel voor Neerbosch en toonde dat tot het laatst van haar leven. Ik heb haar hier verschillende keeren ontmoet en kreeg een zeer vriendelijke indruk van haar. Haar trouwe arbeid is door degenen die de leiding hebben in het Diaconessenhuis te Haarlem, wèl gewaardeerd”.

Litho van het kerkhof uit 1889. Bron: Van ’t Lindenhoutmuseum

Van 2010 tot 2020 was Anne-Marie Jansen directeur van het Van ’t Lindenhoutmuseum. In 2018 richtte ze Stichting Memento Mori op: een organisatie die onderzoek doet naar de (voormalig) weeskinderen die rusten op het Weezenkerkhof in Neerbosch. Een van de verhalen die daaruit voortkwam werd gepubliceerd in het tweejaarlijkse tijdschrift De Vriend des Huizes. In de toekomst zullen nieuwe verhalen gepubliceerd worden op de eigen website en worden aangeboden aan historische bladen.

Sinds een jaar is Memento Mori eigenaar en beheerder van het kerkhof. De bestuursleden zijn huidige bewoners van Weesinrichting (Kinderdorp) Neerbosch. Sinds 2019 maken ze deel uit van het POP-UPmuseum in het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis.

Tijdens de Maand van de Geschiedenis is de begraafplaats op afspraak te bezoeken. Neem daarvoor contact op met Anne-Marie Jansen via www.weezenkerkhof.nl of per mail. In het Huis van de Nijmeegse Geschiedenis in de Marienburgkapel is in oktober een mooie pop-uptentoonstelling gewijd aan de zusjes Klein.

Weezenkerkhof Neerbosch anno 2020. Foto: Anne-Marie Jansen